BWBR0024108
Geldig vanaf 2008-08-08
Artikel II
Wijzigingswet Mijnbouwwet (deelneming opsporing en winning van koolwaterstoffen door daartoe aangewezen vennootschap)
1. Een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder b, van de Mijnbouwwetdie voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet tot stand is gekomen, wordt aangemerkt als een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder d, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
2. Een overeenkomst als bedoeld in artikel 89, onder b, van de Mijnbouwwetdie voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet tot stand is gekomen, wordt aangemerkt als een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder e, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
3. Een besluit van Onze Minister van Economische Zaken op grond van artikel 83, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Mijnbouwwetomtrent instemming met onderscheidenlijk wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder b, van die wet, dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is genomen, wordt aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 87, tweede onderscheidenlijk derde lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
4. Een besluit van Onze Minister van Economische Zaken op grond van artikel 91, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Mijnbouwwetomtrent de instemming met onderscheidenlijk wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in artikel 89, onder b, van die wet, dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is genomen, wordt aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 93, tweede onderscheidenlijk vierde lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
5. Een termijn als bedoeld in artikel 83, eerste lid, van de Mijnbouwwetdie voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is aangevangen, maar die op dat tijdstip nog niet is verstreken, wordt aangemerkt als een termijn als bedoeld in artikel 87, tweede lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
6. Een termijn als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van de Mijnbouwwetdie voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is aangevangen, maar die op dat tijdstip nog niet is verstreken, wordt aangemerkt als een termijn als bedoeld in artikel 93, tweede lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
7. Een besluit van Onze Minister van Economische Zaken als bedoeld in artikel 97 van de Mijnbouwwetdat voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is genomen, wordt aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 97b, eerste lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
8. Indien Onze Minister van Economisch Zaken op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel D, van deze wet in werking treedt nog niet op grond van artikel 83, eerste lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvoor dat tijdstip luidde, heeft beslist omtrent instemming met een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder b, van de Mijnbouwwet, die voor dat tijdstip tot stand is gebracht, blijft het recht van toepassing zoals dat voor dat tijdstip gold. De vorige volzin is van toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de Mijnbouwwettot instemming met een wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder b, van de Mijnbouwwetdie tot stand is gebracht voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
9. Indien Onze Minister van Economisch Zaken op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel D, van deze wet in werking treedt nog niet op grond van artikel 91, eerste lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvoor dat tijdstip luidde, heeft beslist omtrent instemming met een overeenkomst als bedoeld in artikel 89, onder b, van de Mijnbouwwet, die voor dat tijdstip tot stand is gebracht, blijft het recht van toepassing zoals dat voor dat tijdstip gold. De vorige volzin is van toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 91, derde lid, van de Mijnbouwwettot instemming met een wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in artikel 89, onder b, van de Mijnbouwwetdie tot stand is gebracht voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
10. Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen een besluit op grond van de afdelingen 5.2.1.of 5.2.2. van de Mijnbouwwet, zoals die afdelingen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet, blijft het recht van toepassing, zoals dat gold voor dat tijdstip.
11. Ten aanzien van de beslissing op een bezwaar of beroep dat is gemaakt of ingesteld tegen een besluit op grond van de afdelingen 5.2.1.of 5.2.2. van de Mijnbouwwet, zoals die paragrafen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet, blijft het recht van toepassing, zoals dat gold voor dat tijdstip.
2. Een overeenkomst als bedoeld in artikel 89, onder b, van de Mijnbouwwetdie voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet tot stand is gekomen, wordt aangemerkt als een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder e, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
3. Een besluit van Onze Minister van Economische Zaken op grond van artikel 83, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Mijnbouwwetomtrent instemming met onderscheidenlijk wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder b, van die wet, dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is genomen, wordt aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 87, tweede onderscheidenlijk derde lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
4. Een besluit van Onze Minister van Economische Zaken op grond van artikel 91, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Mijnbouwwetomtrent de instemming met onderscheidenlijk wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in artikel 89, onder b, van die wet, dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is genomen, wordt aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 93, tweede onderscheidenlijk vierde lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
5. Een termijn als bedoeld in artikel 83, eerste lid, van de Mijnbouwwetdie voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is aangevangen, maar die op dat tijdstip nog niet is verstreken, wordt aangemerkt als een termijn als bedoeld in artikel 87, tweede lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
6. Een termijn als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van de Mijnbouwwetdie voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is aangevangen, maar die op dat tijdstip nog niet is verstreken, wordt aangemerkt als een termijn als bedoeld in artikel 93, tweede lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
7. Een besluit van Onze Minister van Economische Zaken als bedoeld in artikel 97 van de Mijnbouwwetdat voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet is genomen, wordt aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 97b, eerste lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvanaf dat tijdstip komt te luiden.
8. Indien Onze Minister van Economisch Zaken op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel D, van deze wet in werking treedt nog niet op grond van artikel 83, eerste lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvoor dat tijdstip luidde, heeft beslist omtrent instemming met een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder b, van de Mijnbouwwet, die voor dat tijdstip tot stand is gebracht, blijft het recht van toepassing zoals dat voor dat tijdstip gold. De vorige volzin is van toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de Mijnbouwwettot instemming met een wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in artikel 81, onder b, van de Mijnbouwwetdie tot stand is gebracht voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
9. Indien Onze Minister van Economisch Zaken op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel D, van deze wet in werking treedt nog niet op grond van artikel 91, eerste lid, van de Mijnbouwwet, zoals dat artikelvoor dat tijdstip luidde, heeft beslist omtrent instemming met een overeenkomst als bedoeld in artikel 89, onder b, van de Mijnbouwwet, die voor dat tijdstip tot stand is gebracht, blijft het recht van toepassing zoals dat voor dat tijdstip gold. De vorige volzin is van toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 91, derde lid, van de Mijnbouwwettot instemming met een wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in artikel 89, onder b, van de Mijnbouwwetdie tot stand is gebracht voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
10. Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen een besluit op grond van de afdelingen 5.2.1.of 5.2.2. van de Mijnbouwwet, zoals die afdelingen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet, blijft het recht van toepassing, zoals dat gold voor dat tijdstip.
11. Ten aanzien van de beslissing op een bezwaar of beroep dat is gemaakt of ingesteld tegen een besluit op grond van de afdelingen 5.2.1.of 5.2.2. van de Mijnbouwwet, zoals die paragrafen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van deze wet, blijft het recht van toepassing, zoals dat gold voor dat tijdstip.