BWBR0024103
Geldig vanaf 2008-07-05
Artikel 9
Subsidieregeling innovatiekredieten-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
1. In dit artikel wordt verstaan onder uitstaand saldo: het totaalbedrag dat aan de aanvrager is uitbetaald als subsidie in de vorm van krediet, verhoogd met de verschenen rente en verminderd met de betalingen, gedaan overeenkomstig het vierde lid.
2. De subsidie-ontvanger is verplicht over het uitstaande saldo aan de Minister jaarlijks een bij de beschikking tot subsidieverlening, overeenkomstig artikel 11, bepaald rentepercentage te betalen, dat op een ontwikkelingsproject van toepassing blijft tot aan de betalingsverplichtingen geheel is voldaan.
3. De rente wordt aan het eind van elk kalenderjaar rentedragend bij het uitstaande saldo bijgeschreven.
4. De subsidie-ontvanger is verplicht het uitstaande saldo, behoudens indien een ontheffing als bedoeld in artikel 36, eerste en derde lid, van de kaderregelingis gegeven, binnen zes jaar na vaststelling van de subsidie aan de Minister te betalen.
5. De termijn genoemd in het vierde lid kan naar aanleiding van een ontheffingsverzoek als bedoeld in artikel 36, derde lid, van de kaderregelingworden verlengd.
2. De subsidie-ontvanger is verplicht over het uitstaande saldo aan de Minister jaarlijks een bij de beschikking tot subsidieverlening, overeenkomstig artikel 11, bepaald rentepercentage te betalen, dat op een ontwikkelingsproject van toepassing blijft tot aan de betalingsverplichtingen geheel is voldaan.
3. De rente wordt aan het eind van elk kalenderjaar rentedragend bij het uitstaande saldo bijgeschreven.
4. De subsidie-ontvanger is verplicht het uitstaande saldo, behoudens indien een ontheffing als bedoeld in artikel 36, eerste en derde lid, van de kaderregelingis gegeven, binnen zes jaar na vaststelling van de subsidie aan de Minister te betalen.
5. De termijn genoemd in het vierde lid kan naar aanleiding van een ontheffingsverzoek als bedoeld in artikel 36, derde lid, van de kaderregelingworden verlengd.