BWBR0024089
Geldig vanaf 2008-07-01
Artikel 3
Tijdelijke regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten
1. Degene die anders dan in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding doet door tussenkomst van de Dienst verstrekt hierbij aan de Dienst een kopie van zijn identiteitsbewijs, zijn handtekening en zijn burgerservicenummer of, indien hij niet beschikt over een burgerservicenummer, zijn persoonsgegevens, dan wel identificeert zich op een andere wijze ten genoege van de Dienst.
2. Indien in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding wordt gedaan door tussenkomst van de Dienst en de betrokkene beschikt niet op grond van artikel 2over een code, is artikel 2, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Indien het oriëntatieverzoek of de graafmelding wordt gedaan door een bestuursorgaan dat niet op grond van artikel 2over een code beschikt, is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Indien in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding wordt gedaan door tussenkomst van de Dienst en de betrokkene beschikt niet op grond van artikel 2over een code, is artikel 2, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Indien het oriëntatieverzoek of de graafmelding wordt gedaan door een bestuursorgaan dat niet op grond van artikel 2over een code beschikt, is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.