BWBR0024085
Geldig vanaf 2008-06-29
Artikel 8
Subsidieregeling Polymeren-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
1. Indien de subsidieontvanger daarom verzoekt, worden in afwijking van artikel 5 van de kaderregelingde volgende subsidiabele kosten in aanmerking genomen:
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het industrieel onderzoek of de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°. kosten van speciaal voor het project aan te schaffen machines en apparatuur; eventuele restwaarde van speciaal voor het project aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
5°. aan derden verschuldigde kosten;
6°. kosten van buitenlandstages;
7°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°. kosten van speciaal voor het project aan te schaffen machines en apparatuur; eventuele restwaarde van speciaal voor het project aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
5°. aan derden verschuldigde kosten;
6°. kosten van buitenlandstages;
7°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. Voor de loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, wordt voor de berekening van de subsidiabele kosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het industrieel onderzoek of de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°. kosten van speciaal voor het project aan te schaffen machines en apparatuur; eventuele restwaarde van speciaal voor het project aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
5°. aan derden verschuldigde kosten;
6°. kosten van buitenlandstages;
7°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°. kosten van speciaal voor het project aan te schaffen machines en apparatuur; eventuele restwaarde van speciaal voor het project aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
5°. aan derden verschuldigde kosten;
6°. kosten van buitenlandstages;
7°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. Voor de loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, wordt voor de berekening van de subsidiabele kosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.