BWBR0024060
Geldig vanaf 2008-07-02
Artikel 2
Subsidieregeling programma leesbevordering 2008–2011
1. De Minister kan in de periode 2008 tot en met 2011 per jaar subsidie verstrekken aan de subsidieaanvragers voor activiteiten die naar het oordeel van de Minister bijdragen aan het uitvoeren van het Programma.
2. Subsidieaanvragers kunnen op grond van deze regeling, mits aantoonbaar onderling afgestemd, subsidie aanvragen voor onder meer de volgende activiteiten, voortvloeiend uit het Programma:
a. activiteiten die gericht zijn op de (proefsgewijze) invoering van de Nederlandse versie van het stimuleringsprogramma Bookstart;
b. activiteiten die gericht zijn op het faciliteren van openbare bibliotheken in de samenwerking met basisscholen, mede in het kader van de preventie en bestrijding van taalachterstanden;
c. activiteiten die gericht zijn op de kennismaking met de cultuurhistorische canon van de Commissie van Oostrom1En toen.nu. De canon van Nederland. Rapport van de Commissie Ontwikkeling Nederlandse canon in drie delen (2006, 2007). aan de hand van Nederlandstalige (jeugd)literatuur en klassieke literaire werken;
d. activiteiten die gericht zijn op de totstandkoming van een landelijk netwerk van lokale en regionale leesbevorderingsnetwerken;
e. coördinatie van de uitvoering van het Programma.
3. Het staat subsidieaanvragers vrij (een deel van) de gesubsidieerde activiteiten gezamenlijk uit te voeren. In dat geval dient uit de subsidieaanvraag te blijken welke specifieke activiteiten het betreft, alsook welke aanvrager de voor die betreffende activiteiten bestemde subsidie zal ontvangen en verantwoorden.
2. Subsidieaanvragers kunnen op grond van deze regeling, mits aantoonbaar onderling afgestemd, subsidie aanvragen voor onder meer de volgende activiteiten, voortvloeiend uit het Programma:
a. activiteiten die gericht zijn op de (proefsgewijze) invoering van de Nederlandse versie van het stimuleringsprogramma Bookstart;
b. activiteiten die gericht zijn op het faciliteren van openbare bibliotheken in de samenwerking met basisscholen, mede in het kader van de preventie en bestrijding van taalachterstanden;
c. activiteiten die gericht zijn op de kennismaking met de cultuurhistorische canon van de Commissie van Oostrom1En toen.nu. De canon van Nederland. Rapport van de Commissie Ontwikkeling Nederlandse canon in drie delen (2006, 2007). aan de hand van Nederlandstalige (jeugd)literatuur en klassieke literaire werken;
d. activiteiten die gericht zijn op de totstandkoming van een landelijk netwerk van lokale en regionale leesbevorderingsnetwerken;
e. coördinatie van de uitvoering van het Programma.
3. Het staat subsidieaanvragers vrij (een deel van) de gesubsidieerde activiteiten gezamenlijk uit te voeren. In dat geval dient uit de subsidieaanvraag te blijken welke specifieke activiteiten het betreft, alsook welke aanvrager de voor die betreffende activiteiten bestemde subsidie zal ontvangen en verantwoorden.