BWBR0024048
Geldig vanaf 2008-06-27
Artikel 2
Schaderegeling Tweede Maasvlakte
1. Deze regeling is van toepassing op verzoeken om vergoeding van geleden of te lijden schade als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte:
a. door de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of de bestuursorganen van de gemeenten Rotterdam of Westvoorne;
b. door een ander bestuursorgaan, voor zover deze regeling bij besluit van het bevoegd gezag van toepassing is verklaard.
2. Deze regeling is tot en met 30 juni 2014 eveneens van toepassing op verzoeken om vergoeding van geleden of te lijden schade als gevolg van:
a. het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (nr. DRZO/2008-113) van 19 februari 2008 (Stcrt. 2008, 41), houdende de aanwijzing van de Voordelta als speciale beschermingszone ter uitvoering van Europeesrechtelijke verplichtingen;
b. de rechtmatige uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen19a, 19b en 20 van de Natuurbeschermingswet 1998, voor zover die bevoegdheden betrekking hebben op de zone, genoemd in onderdeel a, met dien verstande dat verzoeken die voor 30 juni 2014 zijn ingediend, ook na deze datum worden afgehandeld volgens de bepalingen van deze regeling.
a. door de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit of de bestuursorganen van de gemeenten Rotterdam of Westvoorne;
b. door een ander bestuursorgaan, voor zover deze regeling bij besluit van het bevoegd gezag van toepassing is verklaard.
2. Deze regeling is tot en met 30 juni 2014 eveneens van toepassing op verzoeken om vergoeding van geleden of te lijden schade als gevolg van:
a. het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (nr. DRZO/2008-113) van 19 februari 2008 (Stcrt. 2008, 41), houdende de aanwijzing van de Voordelta als speciale beschermingszone ter uitvoering van Europeesrechtelijke verplichtingen;
b. de rechtmatige uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen19a, 19b en 20 van de Natuurbeschermingswet 1998, voor zover die bevoegdheden betrekking hebben op de zone, genoemd in onderdeel a, met dien verstande dat verzoeken die voor 30 juni 2014 zijn ingediend, ook na deze datum worden afgehandeld volgens de bepalingen van deze regeling.