BWBR0024029
Geldig vanaf 2008-07-01
Artikel 2
Uitvoeringsbesluit voorwaardelijke invrijheidstelling
1. Het openbaar ministerie beslist of aan de voorwaardelijke invrijheidstelling, naast de algemene voorwaarde, bijzondere voorwaarden worden verbonden.
2. Indien bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden verbonden, beslist het openbaar ministerie tevens of:
a. aan de bijzondere voorwaarden elektronisch toezicht wordt verbonden;
b. opdracht wordt gegeven aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden door de veroordeelde.
3. Het openbaar ministerie houdt bij de beslissingen, bedoeld in het eerste en twee lid, rekening met de adviezen ontvangen van de directeur van de penitentiaire inrichting, waar de veroordeelde staat ingeschreven, en de reclassering.
4. De adviezen van de directeur van de inrichting en de reclassering vermelden welke bijzondere voorwaarden worden voorgesteld en de redenen waarom deze voorwaarden worden voorgesteld. De adviezen vermelden voorts of het aangewezen is aan enige bijzondere voorwaarde elektronisch toezicht te verbinden.
5. Indien de reclassering toezicht op de naleving van de voorwaarden aangewezen acht, vermeldt zij wat de aard en intensiteit is van het toezicht dat op de veroordeelde dient te worden uitgeoefend.
6. De adviezen vermelden voorts het standpunt van de veroordeelde over de voorgestelde bijzondere voorwaarden.
7. Bij de beslissing over bijzondere voorwaarden houdt het openbaar ministerie rekening met bijzondere voorwaarden die de veroordeelde eventueel in een ander strafrechtelijk kader zijn opgelegd en waarvan de proeftijd aanvangt of wordt voorgezet op het moment van voorwaardelijke invrijheidstelling. In het advies van de reclassering wordt hier aandacht aan besteed.
2. Indien bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden verbonden, beslist het openbaar ministerie tevens of:
a. aan de bijzondere voorwaarden elektronisch toezicht wordt verbonden;
b. opdracht wordt gegeven aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden door de veroordeelde.
3. Het openbaar ministerie houdt bij de beslissingen, bedoeld in het eerste en twee lid, rekening met de adviezen ontvangen van de directeur van de penitentiaire inrichting, waar de veroordeelde staat ingeschreven, en de reclassering.
4. De adviezen van de directeur van de inrichting en de reclassering vermelden welke bijzondere voorwaarden worden voorgesteld en de redenen waarom deze voorwaarden worden voorgesteld. De adviezen vermelden voorts of het aangewezen is aan enige bijzondere voorwaarde elektronisch toezicht te verbinden.
5. Indien de reclassering toezicht op de naleving van de voorwaarden aangewezen acht, vermeldt zij wat de aard en intensiteit is van het toezicht dat op de veroordeelde dient te worden uitgeoefend.
6. De adviezen vermelden voorts het standpunt van de veroordeelde over de voorgestelde bijzondere voorwaarden.
7. Bij de beslissing over bijzondere voorwaarden houdt het openbaar ministerie rekening met bijzondere voorwaarden die de veroordeelde eventueel in een ander strafrechtelijk kader zijn opgelegd en waarvan de proeftijd aanvangt of wordt voorgezet op het moment van voorwaardelijke invrijheidstelling. In het advies van de reclassering wordt hier aandacht aan besteed.