BWBR0024011
Geldig vanaf 20-06-2008
Artikel 5
Regeling administratie- en declaratievoorschrift prestatiebekostiging farmaceutische zorg
5.1. a. Zorgaanbieders zoals bedoeld in artikel 1 van deze regeling maken bij declaraties aan verzekeraars en bij declaraties aan consumenten in de declaratie duidelijk zichtbaar welke afzonderlijke prestaties in rekening worden gebracht en welk tarief daarbij wordt gehanteerd.
5.2. a. De voorschriften op het recept van de arts zijn bepalend voor de declaratie van de zorgaanbieder met betrekking tot het afl everen van geneesmiddelen. De zorgaanbieder mag noch op eigen initiatief noch op initiatief van de consument bij het splitsen van een voorschrift in deelvoorschriften per deelvoorschrift het tarief per voorschrift in rekening brengen, tenzij minstens één van de volgende situaties zich voordoet: – de houdbaarheid van het geneesmiddel betreft een kortere periode dan de periode waarvoor in het voorschrift het geneesmiddel is voorgeschreven;
– een recept lijkt op een iteratierecept;
– er is een uitdrukkelijk advies van de Inspectie voor de Gezondheidszorg om per keer minder af te leveren dan het voorschrift aangeeft;
– met de verzekeraar is overeengekomen om een voorschrift te splitsen in deelvoorschriften.
– de houdbaarheid van het geneesmiddel betreft een kortere periode dan de periode waarvoor in het voorschrift het geneesmiddel is voorgeschreven;
– een recept lijkt op een iteratierecept;
– er is een uitdrukkelijk advies van de Inspectie voor de Gezondheidszorg om per keer minder af te leveren dan het voorschrift aangeeft;
– met de verzekeraar is overeengekomen om een voorschrift te splitsen in deelvoorschriften.
b. De basisprestaties sluiten elkaar uit; ‘standaarduitgifte’ en ‘weekuitgifte’ mogen niet bij dezelfde uitgifte in rekening worden gebracht.
c. De basisprestatie weekuitgifte mag niet frequenter dan één keer per week en per voorschrift niet vaker dan het aantal weken waarop het betreffende voorschrift betrekking heeft, gedeclareerd worden.
d. De aanvullende prestaties kunnen niet op zichzelf staand in rekening worden gebracht. Zij moeten altijd gekoppeld aan een basisprestatie waarop zij betrekking hebben gedeclareerd worden.
e. Er kunnen meerdere verschillende aanvullende prestaties bij een basisprestatie in rekening worden gebracht. Per basisprestatie mag er van de aanvullende prestaties, per aanvullende prestatie maximaal één in rekening worden gebracht.
f. De aanvullende prestaties ‘Bijzondere magistrale bereiding’ en ‘Reguliere magistrale bereiding’ sluiten elkaar uit; zij mogen niet bij dezelfde basisprestatie in rekening worden gebracht.
5.3. a. Indien sprake is van onderlinge dienstverlening, mag de zorgaanbieder die de prestatie levert, het tarief uitsluitend in rekening brengen aan de zorgaanbieder die de prestatie heeft aangevraagd.
5.2. a. De voorschriften op het recept van de arts zijn bepalend voor de declaratie van de zorgaanbieder met betrekking tot het afl everen van geneesmiddelen. De zorgaanbieder mag noch op eigen initiatief noch op initiatief van de consument bij het splitsen van een voorschrift in deelvoorschriften per deelvoorschrift het tarief per voorschrift in rekening brengen, tenzij minstens één van de volgende situaties zich voordoet: – de houdbaarheid van het geneesmiddel betreft een kortere periode dan de periode waarvoor in het voorschrift het geneesmiddel is voorgeschreven;
– een recept lijkt op een iteratierecept;
– er is een uitdrukkelijk advies van de Inspectie voor de Gezondheidszorg om per keer minder af te leveren dan het voorschrift aangeeft;
– met de verzekeraar is overeengekomen om een voorschrift te splitsen in deelvoorschriften.
– de houdbaarheid van het geneesmiddel betreft een kortere periode dan de periode waarvoor in het voorschrift het geneesmiddel is voorgeschreven;
– een recept lijkt op een iteratierecept;
– er is een uitdrukkelijk advies van de Inspectie voor de Gezondheidszorg om per keer minder af te leveren dan het voorschrift aangeeft;
– met de verzekeraar is overeengekomen om een voorschrift te splitsen in deelvoorschriften.
b. De basisprestaties sluiten elkaar uit; ‘standaarduitgifte’ en ‘weekuitgifte’ mogen niet bij dezelfde uitgifte in rekening worden gebracht.
c. De basisprestatie weekuitgifte mag niet frequenter dan één keer per week en per voorschrift niet vaker dan het aantal weken waarop het betreffende voorschrift betrekking heeft, gedeclareerd worden.
d. De aanvullende prestaties kunnen niet op zichzelf staand in rekening worden gebracht. Zij moeten altijd gekoppeld aan een basisprestatie waarop zij betrekking hebben gedeclareerd worden.
e. Er kunnen meerdere verschillende aanvullende prestaties bij een basisprestatie in rekening worden gebracht. Per basisprestatie mag er van de aanvullende prestaties, per aanvullende prestatie maximaal één in rekening worden gebracht.
f. De aanvullende prestaties ‘Bijzondere magistrale bereiding’ en ‘Reguliere magistrale bereiding’ sluiten elkaar uit; zij mogen niet bij dezelfde basisprestatie in rekening worden gebracht.
5.3. a. Indien sprake is van onderlinge dienstverlening, mag de zorgaanbieder die de prestatie levert, het tarief uitsluitend in rekening brengen aan de zorgaanbieder die de prestatie heeft aangevraagd.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024011
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl