BWBR0024005
Geldig vanaf 2021-09-01
Artikel 2
Regeling financiën hoger onderwijs
1. De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor bacheloropleidingen en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs:
a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,
b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,5, en
c. voor een top bekostigingsniveau: 3.
2. De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor associate degree-opleidingen, bacheloropleidingen en masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs:
a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,
b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,28, en
c. voor een top bekostigingsniveau: 1,5.
3. De bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1. van het besluit, behorend bij opleidingen of groepen van opleidingen, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 13bij deze regeling.
a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,
b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,5, en
c. voor een top bekostigingsniveau: 3.
2. De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor associate degree-opleidingen, bacheloropleidingen en masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs:
a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,
b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,28, en
c. voor een top bekostigingsniveau: 1,5.
3. De bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1. van het besluit, behorend bij opleidingen of groepen van opleidingen, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 13bij deze regeling.