BWBR0024003
Geldig vanaf 2008-06-21
Artikel 9
Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu 2008
1. Voor een projectsubsidie komt uitsluitend in aanmerking een project dat:
a. internationale milieusamenwerking bevordert met in het bijzonder als doel: 1°. het creëren van maatschappelijk draagvlak voor en het vinden van mogelijke oplossingen, met name in de beleidsvormende fase, gericht op: – het verminderen van de emissie van broeikasgassen, energiebesparing en de inzet van duurzame energiebronnen; of
– het verminderen van de milieudruk over de gehele productieketens en het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
– het verminderen van de emissie van broeikasgassen, energiebesparing en de inzet van duurzame energiebronnen; of
– het verminderen van de milieudruk over de gehele productieketens en het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
2°. het stimuleren van activiteiten: – ter ondersteuning van de uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en zijn collega-Ministeries van andere landen; of
– ter bevordering van de naleving van Europese milieurichtlijnen en milieuverdragen van de Verenigde Naties;
– ter ondersteuning van de uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en zijn collega-Ministeries van andere landen; of
– ter bevordering van de naleving van Europese milieurichtlijnen en milieuverdragen van de Verenigde Naties;
1°. het creëren van maatschappelijk draagvlak voor en het vinden van mogelijke oplossingen, met name in de beleidsvormende fase, gericht op: – het verminderen van de emissie van broeikasgassen, energiebesparing en de inzet van duurzame energiebronnen; of
– het verminderen van de milieudruk over de gehele productieketens en het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
– het verminderen van de emissie van broeikasgassen, energiebesparing en de inzet van duurzame energiebronnen; of
– het verminderen van de milieudruk over de gehele productieketens en het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
2°. het stimuleren van activiteiten: – ter ondersteuning van de uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en zijn collega-Ministeries van andere landen; of
– ter bevordering van de naleving van Europese milieurichtlijnen en milieuverdragen van de Verenigde Naties;
– ter ondersteuning van de uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en zijn collega-Ministeries van andere landen; of
– ter bevordering van de naleving van Europese milieurichtlijnen en milieuverdragen van de Verenigde Naties;
b. gericht is op het betrekken van moeilijk bereikbare burgers bij het milieubeleid en het opwekken, vergroten of verbreden van interesse voor milieuvraagstukken bij deze burgers; of
c. anderszins bijdraagt aan de in artikel 2 bedoelde doelstelling.
2. Een project als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b en c, komt in aanmerking voor subsidie, indien het een bovenprovinciaal, nationaal of internationaal belang heeft.
3. In afwijking van het tweede lid kan de Minister, indien dat naar zijn oordeel in het belang van nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling geboden is, subsidie verlenen voor een project als bedoeld in het eerste lid, onder b, dat geen bovenprovinciaal, nationaal of internationaal belang heeft.
a. internationale milieusamenwerking bevordert met in het bijzonder als doel: 1°. het creëren van maatschappelijk draagvlak voor en het vinden van mogelijke oplossingen, met name in de beleidsvormende fase, gericht op: – het verminderen van de emissie van broeikasgassen, energiebesparing en de inzet van duurzame energiebronnen; of
– het verminderen van de milieudruk over de gehele productieketens en het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
– het verminderen van de emissie van broeikasgassen, energiebesparing en de inzet van duurzame energiebronnen; of
– het verminderen van de milieudruk over de gehele productieketens en het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
2°. het stimuleren van activiteiten: – ter ondersteuning van de uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en zijn collega-Ministeries van andere landen; of
– ter bevordering van de naleving van Europese milieurichtlijnen en milieuverdragen van de Verenigde Naties;
– ter ondersteuning van de uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en zijn collega-Ministeries van andere landen; of
– ter bevordering van de naleving van Europese milieurichtlijnen en milieuverdragen van de Verenigde Naties;
1°. het creëren van maatschappelijk draagvlak voor en het vinden van mogelijke oplossingen, met name in de beleidsvormende fase, gericht op: – het verminderen van de emissie van broeikasgassen, energiebesparing en de inzet van duurzame energiebronnen; of
– het verminderen van de milieudruk over de gehele productieketens en het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
– het verminderen van de emissie van broeikasgassen, energiebesparing en de inzet van duurzame energiebronnen; of
– het verminderen van de milieudruk over de gehele productieketens en het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
2°. het stimuleren van activiteiten: – ter ondersteuning van de uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en zijn collega-Ministeries van andere landen; of
– ter bevordering van de naleving van Europese milieurichtlijnen en milieuverdragen van de Verenigde Naties;
– ter ondersteuning van de uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en zijn collega-Ministeries van andere landen; of
– ter bevordering van de naleving van Europese milieurichtlijnen en milieuverdragen van de Verenigde Naties;
b. gericht is op het betrekken van moeilijk bereikbare burgers bij het milieubeleid en het opwekken, vergroten of verbreden van interesse voor milieuvraagstukken bij deze burgers; of
c. anderszins bijdraagt aan de in artikel 2 bedoelde doelstelling.
2. Een project als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b en c, komt in aanmerking voor subsidie, indien het een bovenprovinciaal, nationaal of internationaal belang heeft.
3. In afwijking van het tweede lid kan de Minister, indien dat naar zijn oordeel in het belang van nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling geboden is, subsidie verlenen voor een project als bedoeld in het eerste lid, onder b, dat geen bovenprovinciaal, nationaal of internationaal belang heeft.