BWBR0023963
Geldig vanaf 2008-06-13
Artikel 4
Besluit opheffing Bedrijfschap voor het Slagersbedrijf
1. De opheffing van het bedrijfschap tast de rechtskracht van de door dit lichaam wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan.
2. Het hoofdbedrijfschapkan, voor zover dit voor de voldoening van schulden van het bedrijfschap noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen.
3. De door het hoofdbedrijfschap krachtens het tweede lid op te leggen heffingen worden vastgesteld naar het aantal in iedere onderneming in het betrokken deel van het bedrijfsleven werkzame personen, behorende tot bij de heffingsverordening aan te wijzen categorieën, overeenkomstig bij die verordening vast te stellen maatstaven. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle bij het drijven van een onderneming geëxploiteerde verkoopplaatsen gelijk is.
4. Ten aanzien van een in het tweede lid bedoelde heffingsverordening en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126en 127 van de wetvan overeenkomstige toepassing.
2. Het hoofdbedrijfschapkan, voor zover dit voor de voldoening van schulden van het bedrijfschap noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen.
3. De door het hoofdbedrijfschap krachtens het tweede lid op te leggen heffingen worden vastgesteld naar het aantal in iedere onderneming in het betrokken deel van het bedrijfsleven werkzame personen, behorende tot bij de heffingsverordening aan te wijzen categorieën, overeenkomstig bij die verordening vast te stellen maatstaven. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle bij het drijven van een onderneming geëxploiteerde verkoopplaatsen gelijk is.
4. Ten aanzien van een in het tweede lid bedoelde heffingsverordening en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126en 127 van de wetvan overeenkomstige toepassing.