BWBR0023913
Geldig vanaf 2008-07-01
Artikel 9.4.2
Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening
1. Een besluit tot aanwijzing van gronden begrepen in een structuurplan waarbij die gronden zijn aangewezen voor stads- en dorpsvernieuwing, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, in voorkomend geval na verlenging als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet voorkeursrecht gemeentenzoals dat luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet wordt gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet voorkeursrecht gemeentenzoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet. De termijn, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet voorkeursrecht gemeentenzoals dit luidt na de inwerkingtreding van deze wet, bedraagt voor een aanwijzingsbesluit als bedoeld in de eerste volzin, dat is genomen vóór inwerkingtreding van deze wet, twee jaar en vijf maanden waarbij de gemeenteraad deze termijn met ten hoogste een jaar kan verlengen en voor een reeds verlengd besluit in zijn totaliteit drie jaar en vijf maanden.
2. Een besluit tot aanwijzing van gronden, begrepen in een stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeentenzoals dat luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet wordt gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeentenzoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, ongeacht of het gebruik van die gronden al dan niet afwijkt van het plan. De termijn, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeentenzoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, bedraagt voor een aanwijzingsbesluit dat meer dan vijf jaar voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen vijf jaren vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
2. Een besluit tot aanwijzing van gronden, begrepen in een stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeentenzoals dat luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet wordt gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeentenzoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, ongeacht of het gebruik van die gronden al dan niet afwijkt van het plan. De termijn, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeentenzoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, bedraagt voor een aanwijzingsbesluit dat meer dan vijf jaar voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen vijf jaren vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.