BWBR0023907
Geldig vanaf 2008-06-01
Artikel 4
Erkenningsregeling permanente educatie Wft
1. Het PE-instituut beschikt over:
a. aantoonbare en actuele ervaring met het op zorgvuldige en betrouwbare wijze vervaardigen en verzorgen van cursussen en het beoordelen van individuele kandidaten;
b. gekwalificeerde docenten in inhoudelijk, onderwijskundig en toetstechnisch opzicht en maakt daar bij de uitvoering van PE-onderwijsprogramma’s ook uitsluitend gebruik van;
c. een registratie waaruit de vakbekwaamheid van de docenten voor een PE-onderwijsprogramma blijkt;
d. een evaluatiesysteem voor het afgenomen PE-onderwijsprogramma;
e. een adequaat kwaliteitsborgingssysteem.
2. Het PE-instituut biedt een PE-onderwijsprogramma meerdere malen in Nederland aan waarbij kandidaten die beschikken over het betreffende diploma, bedoeld in artikel 6 van het besluit, worden toegelaten.
3. Het PE-instituut stemt in met een door het CDFD te organiseren controle.
4. Het PE-instituut verzorgt het PE-onderwijsprogramma met een toetsend element dat alle PE-toetstermen voor de betreffende module afdekt en levert daarbij tevens cursusmateriaal dat als naslagwerk kan dienen voor kandidaten.
5. Het PE-instituut legt een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma ter beoordeling voor aan Onze Minister.
6. Het PE-instituut draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van de afgenomen PE-onderwijsprogramma’s.
7. Het PE-instituut neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat PE-onderwijsprogramma’s op een correcte en eerlijke wijze worden afgelegd en draagt zorg voor een vakinhoudelijke juiste en objectieve beoordeling van kandidaten.
8. Het aantal kandidaten per PE-onderwijsprogramma bedraagt maximaal 25 personen.
9. Een PE-instituut beschikt over en handelt in overeenstemming met een PE-reglement waarin ten minste de volgende onderwerpen met betrekking tot het PE-onderwijsprogramma adequaat zijn geregeld:
a. wijze van aanmelding van de kandidaten;
b. aantal malen per jaar dat gelegenheid wordt gegeven tot het volgen van een PE-onderwijsprogramma;
c. wijze van kennisgeving van plaats, datum en tijdstip van de start- en eindtijden van het PE-onderwijsprogramma;
d. opbouw, verschillende interactieve onderwijsvormen en uitvoering van PE-onderwijsprogramma’s gericht op actieve participatie van de kandidaten en de wijze van beoordelen van kandidaten ten aanzien van hun inhoudelijke vakbekwaamheid betreffende de PE-toetstermen;
e. vaststelling van de identiteit van kandidaten en docenten;
f. vaststelling van de presentie van de kandidaten;
g. vaststelling van de rechten en plichten van de kandidaten;
h. maatregelen om fraude te voorkomen;
i. bewaartermijnen voor de gegevens van afgelegde PE-onderwijsprogramma’s wat betreft inhoud en de evaluatie, gegevens van docenten en gegevens van kandidaten;
j. interne klachtenprocedure.
a. aantoonbare en actuele ervaring met het op zorgvuldige en betrouwbare wijze vervaardigen en verzorgen van cursussen en het beoordelen van individuele kandidaten;
b. gekwalificeerde docenten in inhoudelijk, onderwijskundig en toetstechnisch opzicht en maakt daar bij de uitvoering van PE-onderwijsprogramma’s ook uitsluitend gebruik van;
c. een registratie waaruit de vakbekwaamheid van de docenten voor een PE-onderwijsprogramma blijkt;
d. een evaluatiesysteem voor het afgenomen PE-onderwijsprogramma;
e. een adequaat kwaliteitsborgingssysteem.
2. Het PE-instituut biedt een PE-onderwijsprogramma meerdere malen in Nederland aan waarbij kandidaten die beschikken over het betreffende diploma, bedoeld in artikel 6 van het besluit, worden toegelaten.
3. Het PE-instituut stemt in met een door het CDFD te organiseren controle.
4. Het PE-instituut verzorgt het PE-onderwijsprogramma met een toetsend element dat alle PE-toetstermen voor de betreffende module afdekt en levert daarbij tevens cursusmateriaal dat als naslagwerk kan dienen voor kandidaten.
5. Het PE-instituut legt een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma ter beoordeling voor aan Onze Minister.
6. Het PE-instituut draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van de afgenomen PE-onderwijsprogramma’s.
7. Het PE-instituut neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat PE-onderwijsprogramma’s op een correcte en eerlijke wijze worden afgelegd en draagt zorg voor een vakinhoudelijke juiste en objectieve beoordeling van kandidaten.
8. Het aantal kandidaten per PE-onderwijsprogramma bedraagt maximaal 25 personen.
9. Een PE-instituut beschikt over en handelt in overeenstemming met een PE-reglement waarin ten minste de volgende onderwerpen met betrekking tot het PE-onderwijsprogramma adequaat zijn geregeld:
a. wijze van aanmelding van de kandidaten;
b. aantal malen per jaar dat gelegenheid wordt gegeven tot het volgen van een PE-onderwijsprogramma;
c. wijze van kennisgeving van plaats, datum en tijdstip van de start- en eindtijden van het PE-onderwijsprogramma;
d. opbouw, verschillende interactieve onderwijsvormen en uitvoering van PE-onderwijsprogramma’s gericht op actieve participatie van de kandidaten en de wijze van beoordelen van kandidaten ten aanzien van hun inhoudelijke vakbekwaamheid betreffende de PE-toetstermen;
e. vaststelling van de identiteit van kandidaten en docenten;
f. vaststelling van de presentie van de kandidaten;
g. vaststelling van de rechten en plichten van de kandidaten;
h. maatregelen om fraude te voorkomen;
i. bewaartermijnen voor de gegevens van afgelegde PE-onderwijsprogramma’s wat betreft inhoud en de evaluatie, gegevens van docenten en gegevens van kandidaten;
j. interne klachtenprocedure.