BWBR0023903
Geldig vanaf 2008-05-30
Artikel 2
Besluit beheer winningsafvalstoffen
1. Dit besluit is niet van toepassing op:
a. de injectie van water en de herinjectie van opgepompt grondwater als bedoeld in artikel 11, derde lid, onderdeel j, eerste en tweede gedachtestreepje, van de kaderrichtlijn water, voor zover dat krachtens dat artikel is toegestaan;
b. het storten van niet-gevaarlijke, niet-inerte winningsafvalstoffen, tenzij de genoemde categorieën winningsafvalstoffen worden gestort in een afvalvoorziening categorie A.
2. Tenzij de opslag plaatsvindt in een afvalvoorziening categorie A of in een afvalvoorziening voor in het afvalbeheersplan als gevaarlijk afval gekarakteriseerd afval, zijn dit besluit en de titels 8.3en 17.1A van de wetniet van toepassing op de opslag van:
a. niet-gevaarlijke, niet inerte winningsafvalstoffen, gedurende een periode van één jaar;
b. niet-gevaarlijk afval afkomstig uit prospectie, gedurende een periode van drie jaar;
c. niet-verontreinigde grond;
d. afval uit de winning, behandeling en opslag van turf;
e. inert winningsafval.
3. Dit besluit is met uitzondering van hoofdstuk I, paragraaf 5, niet van toepassing op een door bovengrondse of ondergrondse winning ontstane uitgegraven ruimte, waarin met het oog op rehabilitatie- of bouwdoeleinden winningsafvalstoffen worden teruggeplaatst.
a. de injectie van water en de herinjectie van opgepompt grondwater als bedoeld in artikel 11, derde lid, onderdeel j, eerste en tweede gedachtestreepje, van de kaderrichtlijn water, voor zover dat krachtens dat artikel is toegestaan;
b. het storten van niet-gevaarlijke, niet-inerte winningsafvalstoffen, tenzij de genoemde categorieën winningsafvalstoffen worden gestort in een afvalvoorziening categorie A.
2. Tenzij de opslag plaatsvindt in een afvalvoorziening categorie A of in een afvalvoorziening voor in het afvalbeheersplan als gevaarlijk afval gekarakteriseerd afval, zijn dit besluit en de titels 8.3en 17.1A van de wetniet van toepassing op de opslag van:
a. niet-gevaarlijke, niet inerte winningsafvalstoffen, gedurende een periode van één jaar;
b. niet-gevaarlijk afval afkomstig uit prospectie, gedurende een periode van drie jaar;
c. niet-verontreinigde grond;
d. afval uit de winning, behandeling en opslag van turf;
e. inert winningsafval.
3. Dit besluit is met uitzondering van hoofdstuk I, paragraaf 5, niet van toepassing op een door bovengrondse of ondergrondse winning ontstane uitgegraven ruimte, waarin met het oog op rehabilitatie- of bouwdoeleinden winningsafvalstoffen worden teruggeplaatst.