BWBR0023889
Geldig vanaf 2008-05-30
Artikel 3
Besluit berekening afkoopsommen ongevalsuitkeringen 2008
1. De contante waarde in de gevallen, bedoeld in het voorgaande artikel, wordt vastgesteld per de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
2. De contante waarde in de gevallen, bedoeld onder a en b van het voorgaande artikel, omvat de op het in het eerste lid bedoelde tijdstip op contante basis berekende toekomstige uitkering, waarop de betrokkene aanspraak zou hebben gemaakt, indien de ongevallenwetten niet waren ingetrokken, met dien verstande, dat die uitkering niet in aanmerking wordt genomen, voor zover zij hoger zou zijn geweest dan de uitkering, waarop de betrokkene op eerderbedoeld tijdstip aanspraak zou hebben gehad.
3. De contante waarde in de gevallen, bedoeld onder c van het voorgaande artikel, omvat de per een datum liggende 2 jaar na de datum van het ongeval op contante basis berekende toekomstige uitkering, waarop de betrokkene aanspraak zou hebben gehad, indien de ongevallenwetten niet waren ingetrokken – met dien verstande, dat die uitkering niet in aanmerking wordt genomen voor zover zij hoger zou zijn geweest dan de uitkering, waarop de betrokkene op de in het eerste lid bedoelde dag aanspraak zou hebben gehad – vermeerderd met de uitkeringen, welke tot aan eerstbedoelde datum op grond van artikel 5, eerste lid, aan de betrokkene zou zijn verstrekt.
4. Indien de betrokkene vóór de in het voorgaande lid eerstbedoelde datum, per welke de toekomstige uitkering op contante basis wordt berekend, herstelt of overlijdt, omvat de contante waarde de uitkeringen, welke op grond van artikel 5, eerste lid, aan de betrokkene zijn verstrekt.
2. De contante waarde in de gevallen, bedoeld onder a en b van het voorgaande artikel, omvat de op het in het eerste lid bedoelde tijdstip op contante basis berekende toekomstige uitkering, waarop de betrokkene aanspraak zou hebben gemaakt, indien de ongevallenwetten niet waren ingetrokken, met dien verstande, dat die uitkering niet in aanmerking wordt genomen, voor zover zij hoger zou zijn geweest dan de uitkering, waarop de betrokkene op eerderbedoeld tijdstip aanspraak zou hebben gehad.
3. De contante waarde in de gevallen, bedoeld onder c van het voorgaande artikel, omvat de per een datum liggende 2 jaar na de datum van het ongeval op contante basis berekende toekomstige uitkering, waarop de betrokkene aanspraak zou hebben gehad, indien de ongevallenwetten niet waren ingetrokken – met dien verstande, dat die uitkering niet in aanmerking wordt genomen voor zover zij hoger zou zijn geweest dan de uitkering, waarop de betrokkene op de in het eerste lid bedoelde dag aanspraak zou hebben gehad – vermeerderd met de uitkeringen, welke tot aan eerstbedoelde datum op grond van artikel 5, eerste lid, aan de betrokkene zou zijn verstrekt.
4. Indien de betrokkene vóór de in het voorgaande lid eerstbedoelde datum, per welke de toekomstige uitkering op contante basis wordt berekend, herstelt of overlijdt, omvat de contante waarde de uitkeringen, welke op grond van artikel 5, eerste lid, aan de betrokkene zijn verstrekt.