BWBR0023836
Geldig vanaf 2008-07-01
Artikel 2
Vergoedingsregeling gemeenten voor handhaving parkeren en overlast 2010
1. De Minister verstrekt jaarlijks gebaseerd op gegevens van het CJIB een vergoeding aan een gemeente voor door buitengewone opsporingsambtenaren:
a. uitgeschreven beschikkingen waarbij op grond van artikel 3 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften administratieve sancties worden opgelegd voor gedragingen die zijn vermeld in de feitenlijst, en
b. opgemaakte processen-verbaal voor in de feitenlijst vermelde feiten waarvoor op grond van artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging kunnen worden gesteld of waarvoor op grond van artikel 257a of 257b van het Wetboek van Strafvordering een strafbeschikking kan worden uitgevaardigd.
2. De vergoeding wordt slechts verstrekt indien:
a. de gemeente zich met behulp van een daartoe door het CJIB vastgesteld formulier heeft aangemeld bij het CJIB en door tussenkomst van het CJIB een unieke GM/OI code heeft verkregen;
b. de gemeente de gegevens uit de in het eerste lid bedoelde beschikkingen of processen-verbaal, voorzien van de unieke code, via de geautomatiseerde systemen van de politie dan wel rechtstreeks aan het CJIB heeft gezonden.
c. de in het eerste lid bedoelde beschikkingen en processen-verbaal binnen zestig dagen na de pleegdatum aan het CJIB zijn gezonden en door het CJIB in het toepasselijke automatiseringssysteem zijn geregistreerd.
3. De Minister besluit tot vaststelling van de vergoeding binnen 6 weken na afloop van het kalenderjaar.
4. De Minister kan ter controle aan de gemeente vragen onderliggende gegevens te verstrekken over de bij het CJIB aangeleverde informatie uit de in het eerste lid bedoelde beschikkingen en processen-verbaal.
a. uitgeschreven beschikkingen waarbij op grond van artikel 3 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften administratieve sancties worden opgelegd voor gedragingen die zijn vermeld in de feitenlijst, en
b. opgemaakte processen-verbaal voor in de feitenlijst vermelde feiten waarvoor op grond van artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging kunnen worden gesteld of waarvoor op grond van artikel 257a of 257b van het Wetboek van Strafvordering een strafbeschikking kan worden uitgevaardigd.
2. De vergoeding wordt slechts verstrekt indien:
a. de gemeente zich met behulp van een daartoe door het CJIB vastgesteld formulier heeft aangemeld bij het CJIB en door tussenkomst van het CJIB een unieke GM/OI code heeft verkregen;
b. de gemeente de gegevens uit de in het eerste lid bedoelde beschikkingen of processen-verbaal, voorzien van de unieke code, via de geautomatiseerde systemen van de politie dan wel rechtstreeks aan het CJIB heeft gezonden.
c. de in het eerste lid bedoelde beschikkingen en processen-verbaal binnen zestig dagen na de pleegdatum aan het CJIB zijn gezonden en door het CJIB in het toepasselijke automatiseringssysteem zijn geregistreerd.
3. De Minister besluit tot vaststelling van de vergoeding binnen 6 weken na afloop van het kalenderjaar.
4. De Minister kan ter controle aan de gemeente vragen onderliggende gegevens te verstrekken over de bij het CJIB aangeleverde informatie uit de in het eerste lid bedoelde beschikkingen en processen-verbaal.