BWBR0023816
Geldig vanaf 01-03-2005
Artikel 3
Regeling voorwaarden deelname examen keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk keurmeester zware aanhangwagens
1. De in artikel 1, eerste lid, onder e, genoemde verklaring worden slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2. Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van theoretische kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma’s:
a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
e. diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of
f. een buitenlands diploma dat gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met e of g tot en met i genoemde diploma’s, of
g. diploma HTS autotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma commercieel bedrijfsleider /ondernemer kleinbedrijf (niveau 4), met differentiatie Bedrijfsautotechniek.
3. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 3, tweede lid, onder a tot en met f, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen.
4. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 3, tweede lid, onder g tot en met i, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen.
2. Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van theoretische kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma’s:
a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
e. diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of
f. een buitenlands diploma dat gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met e of g tot en met i genoemde diploma’s, of
g. diploma HTS autotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma commercieel bedrijfsleider /ondernemer kleinbedrijf (niveau 4), met differentiatie Bedrijfsautotechniek.
3. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 3, tweede lid, onder a tot en met f, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen.
4. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 3, tweede lid, onder g tot en met i, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023816
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl