BWBR0023773
Geldig vanaf 2006-12-19
Artikel 12
Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties
1. De subsidie-ontvanger start de realisatie van de vergistingsinstallatie binnen 12 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
2. De subsidie-ontvanger neemt de vergistingsinstallatie uiterlijk binnen 6 maanden na aanvang van de subsidieperiode in gebruik hetgeen blijkt uit het invoeden van met de vergistingsinstallatie opgewekte duurzame elektriciteit op het net.
3. De Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger de termijn bedoeld in het eerste en tweede lid in geval van overmacht eenmalig met ten hoogste 12 maanden verlengen.
4. De Minister trekt de beschikking tot subsidieverlening in indien de subsidie-ontvanger niet voldoet aan het bepaalde in het eerste, tweede of derde lid.
5. De subsidie-ontvanger neemt en houdt de vergistingsinstallatie in gebruik overeenkomstig de specificaties van de vergistingsinstallatie zoals vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, behoudens voorafgaande goedkeuring van de Minister voor het essentieel wijzigen van de vergistingsinstallatie.
2. De subsidie-ontvanger neemt de vergistingsinstallatie uiterlijk binnen 6 maanden na aanvang van de subsidieperiode in gebruik hetgeen blijkt uit het invoeden van met de vergistingsinstallatie opgewekte duurzame elektriciteit op het net.
3. De Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger de termijn bedoeld in het eerste en tweede lid in geval van overmacht eenmalig met ten hoogste 12 maanden verlengen.
4. De Minister trekt de beschikking tot subsidieverlening in indien de subsidie-ontvanger niet voldoet aan het bepaalde in het eerste, tweede of derde lid.
5. De subsidie-ontvanger neemt en houdt de vergistingsinstallatie in gebruik overeenkomstig de specificaties van de vergistingsinstallatie zoals vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, behoudens voorafgaande goedkeuring van de Minister voor het essentieel wijzigen van de vergistingsinstallatie.