BWBR0023771
Geldig vanaf 2008-07-01
Artikel 29
Besluit algemene regels milieu mijnbouw
Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 28blijkt dat de bodem als gevolg van de activiteiten op het terrein is aangetast of verontreinigd, dan wel door welke andere oorzaak dan ook bodemverontreiniging is ontstaan:
a. draagt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte er zorg voor dat het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan, geschiedt door een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer;
b. zorgt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte onverwijld voor melding ervan aan de inspecteur-generaal der mijnen;
c. meldt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte de afronding van de werkzaamheden, bedoeld onder a, direct aan de inspecteur-generaal der mijnen door middel van een verklaring van de persoon of instelling, bedoeld onder a.
a. draagt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte er zorg voor dat het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan, geschiedt door een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer;
b. zorgt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte onverwijld voor melding ervan aan de inspecteur-generaal der mijnen;
c. meldt de uitvoerder of de uitvoerder aardwarmte de afronding van de werkzaamheden, bedoeld onder a, direct aan de inspecteur-generaal der mijnen door middel van een verklaring van de persoon of instelling, bedoeld onder a.