BWBR0023699
Geldig vanaf 2008-03-30
Artikel 1
Regeling medische keuringen binnenvaart 2008
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. aanvrager: degene die in aanmerking wenst te komen voor de afgifte van: 1°. een vaarbewijs als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet of een Rijnpatent als bedoeld in artikel 1.05, eerste lid, van het Patentreglement Rijn;
2°. een dienstboekje als bedoeld in respectievelijk artikel 19, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en artikel 23.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
1°. een vaarbewijs als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet of een Rijnpatent als bedoeld in artikel 1.05, eerste lid, van het Patentreglement Rijn;
2°. een dienstboekje als bedoeld in respectievelijk artikel 19, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en artikel 23.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
b. arts: de arts, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet, artikel 19, eerste lid, Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en 2.01, derde lid, onderdeel a, 2.02, derde lid, onderdeel a, 2.03, tweede lid, onderdeel a, en 2.04, eerste lid, onder c, van het Patentreglement Rijn;
c. scheidsrechter: de deskundige, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Binnenschepenwet of de arts, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart;
d. medisch adviseur scheepvaart: de medisch adviseur scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en diens plaatsvervanger;
e. geneeskundig onderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 4, ter verkrijging van de in onderdeel a genoemde documenten;
f. eigen verklaring: de verklaring, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Binnenschepenwet.
a. aanvrager: degene die in aanmerking wenst te komen voor de afgifte van: 1°. een vaarbewijs als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet of een Rijnpatent als bedoeld in artikel 1.05, eerste lid, van het Patentreglement Rijn;
2°. een dienstboekje als bedoeld in respectievelijk artikel 19, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en artikel 23.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
1°. een vaarbewijs als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet of een Rijnpatent als bedoeld in artikel 1.05, eerste lid, van het Patentreglement Rijn;
2°. een dienstboekje als bedoeld in respectievelijk artikel 19, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en artikel 23.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
b. arts: de arts, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet, artikel 19, eerste lid, Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en 2.01, derde lid, onderdeel a, 2.02, derde lid, onderdeel a, 2.03, tweede lid, onderdeel a, en 2.04, eerste lid, onder c, van het Patentreglement Rijn;
c. scheidsrechter: de deskundige, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Binnenschepenwet of de arts, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart;
d. medisch adviseur scheepvaart: de medisch adviseur scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en diens plaatsvervanger;
e. geneeskundig onderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 4, ter verkrijging van de in onderdeel a genoemde documenten;
f. eigen verklaring: de verklaring, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Binnenschepenwet.