BWBR0023601
Geldig vanaf 2008-03-12
Artikel 7
Openstellingsbesluit innovatie groen onderwijs 2008
1. De hoogte van het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de regeling, is:
a) voor programma’s: maximaal € 200.000,- voor het eerste jaar en maximaal 100.000,– per jaar voor volgende jaren;
b) voor programmaonderdelen: minimaal € 50.000,– en maximaal € 300.000,–, en
c) voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen: minimaal € 50.000,– en maximaal € 100.000,–.
2. De uurtarieven, bedoeld in artikel 5, onderdeel a van de regelingzijn:
a) € 53,–, voor medewerkers, waarvan het salaris het dichtst gelegen is bij het gemiddelde salaris, dat geldt voor één van de schalen 1 tot en met 9, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984;
b) € 67,–, voor medewerkers, waarvan het salaris het dichtst gelegen is bij het gemiddelde salaris, dat geldt voor één van de schalen 10 tot en met 12, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, en
c) € 88,–, voor medewerkers, waarvan het salaris het dichtst gelegen is bij het gemiddelde salaris, dat geldt voor één van de schalen 13 tot en met 18, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984.
a) voor programma’s: maximaal € 200.000,- voor het eerste jaar en maximaal 100.000,– per jaar voor volgende jaren;
b) voor programmaonderdelen: minimaal € 50.000,– en maximaal € 300.000,–, en
c) voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen: minimaal € 50.000,– en maximaal € 100.000,–.
2. De uurtarieven, bedoeld in artikel 5, onderdeel a van de regelingzijn:
a) € 53,–, voor medewerkers, waarvan het salaris het dichtst gelegen is bij het gemiddelde salaris, dat geldt voor één van de schalen 1 tot en met 9, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984;
b) € 67,–, voor medewerkers, waarvan het salaris het dichtst gelegen is bij het gemiddelde salaris, dat geldt voor één van de schalen 10 tot en met 12, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, en
c) € 88,–, voor medewerkers, waarvan het salaris het dichtst gelegen is bij het gemiddelde salaris, dat geldt voor één van de schalen 13 tot en met 18, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984.