BWBR0023593
Geldig vanaf 2008-03-08
Artikel 4
Tijdelijke regeling adviescommissie individuele trajectafdelingen
1. Een lid van de adviescommissie wordt door de Minister tussentijds ontslagen:
a. op eigen verzoek;
b. bij de aanvaarding van een ambt dat of een betrekking die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de adviescommissie;
c. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
d. wanneer hij naar het oordeel van de Minister door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen.
e. indien de reden van bestaan van de adviescommissie komt te vervallen.
2. Aan een lid van de adviescommissie kan door de Minister tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden.
3. Hangende de procedure voor ontslag kan de Minister het lid van de adviescommissie in de uitoefening van zijn functie schorsen.
a. op eigen verzoek;
b. bij de aanvaarding van een ambt dat of een betrekking die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de adviescommissie;
c. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
d. wanneer hij naar het oordeel van de Minister door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen.
e. indien de reden van bestaan van de adviescommissie komt te vervallen.
2. Aan een lid van de adviescommissie kan door de Minister tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden.
3. Hangende de procedure voor ontslag kan de Minister het lid van de adviescommissie in de uitoefening van zijn functie schorsen.