BWBR0023563
Geldig vanaf 2020-09-17
Artikel 7d
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
1. Een subsidie-ontvanger dient bij het meetbedrijf met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 8, een verzoek in om een oordeel omtrent de geschiktheid van diens productie-installatie voor:
a. de opwekking van koolstofdioxide-arme warmte;
b. de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide;
c. de afvang en het gebruik van koolstofdioxide;
d. de productie van waterstof uit afval;
e. de productie van waterstof door middel van elektrolyse die met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet, voor wat betreft subsidieaanvragen die door de subsidie-ontvanger tot 10 september 2024 zijn ingediend;
f. de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof.
2. Een oordeel omtrent de geschiktheid is vijf jaar geldig of tot het moment waarop de subsidie-ontvanger een aanpassing heeft doorgevoerd in zijn productie-installatie die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ten gevolge heeft. Een subsidie-ontvanger verricht een nieuw verzoek, bedoeld in het eerste lid, voordat de geldigheidsduur van het oordeel is verlopen.
3. De subsidie-ontvanger bepaalt in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, de systeemgrens van iedere productie-installatie, waarvoor subsidie is aangevraagd, op dusdanige wijze dat de subsidiabele productie kan worden gemeten.
4. Een wijziging van de systeemgrens van een productie-installatie leidt er niet toe dat één of meer productie-eenheden van de desbetreffende productie-installatie gaan behoren aan een andere productie-installatie.
5. De subsidie-ontvanger stelt het meetbedrijf in staat het onderzoek te verrichten ten behoeve van de beoordeling van de geschiktheid.
6. De minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger het oordeel omtrent de geschiktheid overlegt of doet overleggen aan de minister.
7. De minister verstrekt uitsluitend een voorschot indien een subsidie-ontvanger over een geldig oordeel omtrent de geschiktheid beschikt.
a. de opwekking van koolstofdioxide-arme warmte;
b. de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide;
c. de afvang en het gebruik van koolstofdioxide;
d. de productie van waterstof uit afval;
e. de productie van waterstof door middel van elektrolyse die met een aansluiting is gekoppeld aan het elektriciteitsnet, voor wat betreft subsidieaanvragen die door de subsidie-ontvanger tot 10 september 2024 zijn ingediend;
f. de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof.
2. Een oordeel omtrent de geschiktheid is vijf jaar geldig of tot het moment waarop de subsidie-ontvanger een aanpassing heeft doorgevoerd in zijn productie-installatie die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, ten gevolge heeft. Een subsidie-ontvanger verricht een nieuw verzoek, bedoeld in het eerste lid, voordat de geldigheidsduur van het oordeel is verlopen.
3. De subsidie-ontvanger bepaalt in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, de systeemgrens van iedere productie-installatie, waarvoor subsidie is aangevraagd, op dusdanige wijze dat de subsidiabele productie kan worden gemeten.
4. Een wijziging van de systeemgrens van een productie-installatie leidt er niet toe dat één of meer productie-eenheden van de desbetreffende productie-installatie gaan behoren aan een andere productie-installatie.
5. De subsidie-ontvanger stelt het meetbedrijf in staat het onderzoek te verrichten ten behoeve van de beoordeling van de geschiktheid.
6. De minister verstrekt het eerste voorschot aan een subsidie-ontvanger niet eerder dan nadat de subsidie-ontvanger het oordeel omtrent de geschiktheid overlegt of doet overleggen aan de minister.
7. De minister verstrekt uitsluitend een voorschot indien een subsidie-ontvanger over een geldig oordeel omtrent de geschiktheid beschikt.