BWBR0023548
Geldig vanaf 2008-02-29
Artikel 5
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rotterdam 2008
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.