BWBR0023431
Geldig vanaf 2009-05-04
Artikel 3
Uitvoeringsbesluit EG-verordening PRTR en PRTR-protocol
1. In een verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 12.24, derde lid, van de wetwordt, voor zover dat verzoek de naam van een verontreinigende stof betreft, tevens de naam aangegeven van de groep verontreinigende stoffen waartoe de geheim te houden verontreinigende stof behoort.
2. In een mededeling als bedoeld in artikel 12.24, vierde lid, aanhef en onder a, van de wetwordt, voor zover die mededeling de naam van een verontreinigende stof betreft, tevens de naam aangegeven van de groep verontreinigende stoffen waartoe de geheimgehouden verontreinigende stof behoort.
3. Indien een op grond van artikel 12.21 van de wetbevoegde instantie een mededeling als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, wordt in het PRTR de naam van de betrokken groep verontreinigende stoffen aangegeven.
4. De aanduiding van de naam van een groep verontreinigende stoffen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, geschiedt met inachtneming van daaromtrent bij ministeriële regeling te stellen regels.
2. In een mededeling als bedoeld in artikel 12.24, vierde lid, aanhef en onder a, van de wetwordt, voor zover die mededeling de naam van een verontreinigende stof betreft, tevens de naam aangegeven van de groep verontreinigende stoffen waartoe de geheimgehouden verontreinigende stof behoort.
3. Indien een op grond van artikel 12.21 van de wetbevoegde instantie een mededeling als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, wordt in het PRTR de naam van de betrokken groep verontreinigende stoffen aangegeven.
4. De aanduiding van de naam van een groep verontreinigende stoffen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, geschiedt met inachtneming van daaromtrent bij ministeriële regeling te stellen regels.