BWBR0023397
Geldig vanaf 2008-02-01
Artikel 10
Regeling indiening kwalificatiedossiers 2008–2009 en experimenten herontwerp kwalificatiestructuur mbo
1. Aan het procesmanagement wordt, overeenkomstig afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, mandaat verleend tot het nemen van besluiten, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
2. Het procesmanagement dient voor 1 januari 2009 een tussenrapportage en voor 1 september 2009 een eindrapportage in bij de Minister inzake de voortgang van de experimentele opleidingen in het studiejaar 2008–2009.
3. De rapportages, bedoeld in het tweede lid, behelzen tenminste een overzicht van:
a. het aantal experimentele opleidingen dat instellingen mogen verzorgen en het aantal experimentele opleidingen die daadwerkelijk door instellingen worden verzorgd;
b. de aard van de experimentele opleidingen;
c. het aantal deelnemers dat op 1 oktober 2008 deelneemt aan de onderscheiden experimentele opleidingen;
d. het aantal gediplomeerde uitstromers en het percentage gediplomeerde uitstromers van de onderscheiden experimentele opleidingen;
e. de aard van de opgeleverde producten;
f. het percentage deelnemers aan experimentele opleidingen in het studiejaar 2008–2009 ten opzichte van het totaal aantal deelnemers in het beroepsonderwijs;
g. eventuele knelpunten bij en verbetervoorstellen ten behoeve van de kwalificatieprofielen of kwalificatiedossiers en experimentele opleidingen 2009–2010.
4. De Minister kan bij beschikking nadere voorwaarden stellen over de inhoud en de inrichting van de in het derde lid vermelde rapportages.
2. Het procesmanagement dient voor 1 januari 2009 een tussenrapportage en voor 1 september 2009 een eindrapportage in bij de Minister inzake de voortgang van de experimentele opleidingen in het studiejaar 2008–2009.
3. De rapportages, bedoeld in het tweede lid, behelzen tenminste een overzicht van:
a. het aantal experimentele opleidingen dat instellingen mogen verzorgen en het aantal experimentele opleidingen die daadwerkelijk door instellingen worden verzorgd;
b. de aard van de experimentele opleidingen;
c. het aantal deelnemers dat op 1 oktober 2008 deelneemt aan de onderscheiden experimentele opleidingen;
d. het aantal gediplomeerde uitstromers en het percentage gediplomeerde uitstromers van de onderscheiden experimentele opleidingen;
e. de aard van de opgeleverde producten;
f. het percentage deelnemers aan experimentele opleidingen in het studiejaar 2008–2009 ten opzichte van het totaal aantal deelnemers in het beroepsonderwijs;
g. eventuele knelpunten bij en verbetervoorstellen ten behoeve van de kwalificatieprofielen of kwalificatiedossiers en experimentele opleidingen 2009–2010.
4. De Minister kan bij beschikking nadere voorwaarden stellen over de inhoud en de inrichting van de in het derde lid vermelde rapportages.