BWBR0023368
Geldig vanaf 26-01-2008
Artikel 3
Beleidsregel met betrekking tot toepassing van de artikelen 4, eerste en vierde lid, onderdeel c, en 5, eerste lid, onderdeel c, van de RtK
1. Het Kadaster kan, gelet op de bij haar aanwezige stand van de techniek, de rechtszekerheidsregistratie gedeeltelijk geautomatiseerd bijhouden, indien een van de volgende stukken in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden:
a. een akte van cessie, die betrekking heeft op tenminste vijftig hypothecaire inschrijvingen;
b. een akte van fusie van rechtspersonen;
c. een akte van naamswijziging;
d. een verklaring van waardeloosheid van een proces-verbaal van inbeslagneming;
e. een akte van opzegging, afstand, vervallenverklaring of een verklaring van waardeloosheid, die betrekking heeft op één of meer hypothecaire inschrijvingen;
f. een verklaring van waardeloosheid, die betrekking heeft op tenminste vijftig percelen belast met een opstalrecht voor leidingen, een zakelijk recht in de zin van de Belemmeringenwet Privaatrecht (oud).
2. Het volgende tarief is verschuldigd:
a. voor een stuk als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, het tarief dat krachtens artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de RtK geldt bij gedeeltelijk geautomatiseerde bijhouding van een rechtszekerheidsregistratie;
b. voor een stuk als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, het tarief dat krachtens artikel 4, vierde lid, onderdeel c, van de RtK geldt bij gedeeltelijk geautomatiseerde bijhouding van een rechtszekerheidsregistratie;
c. voor een stuk als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e of f, het tarief dat krachtens artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de RtK geldt bij gedeeltelijk geautomatiseerde bijhouding van een rechtszekerheidsregistratie.
a. een akte van cessie, die betrekking heeft op tenminste vijftig hypothecaire inschrijvingen;
b. een akte van fusie van rechtspersonen;
c. een akte van naamswijziging;
d. een verklaring van waardeloosheid van een proces-verbaal van inbeslagneming;
e. een akte van opzegging, afstand, vervallenverklaring of een verklaring van waardeloosheid, die betrekking heeft op één of meer hypothecaire inschrijvingen;
f. een verklaring van waardeloosheid, die betrekking heeft op tenminste vijftig percelen belast met een opstalrecht voor leidingen, een zakelijk recht in de zin van de Belemmeringenwet Privaatrecht (oud).
2. Het volgende tarief is verschuldigd:
a. voor een stuk als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, het tarief dat krachtens artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de RtK geldt bij gedeeltelijk geautomatiseerde bijhouding van een rechtszekerheidsregistratie;
b. voor een stuk als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, het tarief dat krachtens artikel 4, vierde lid, onderdeel c, van de RtK geldt bij gedeeltelijk geautomatiseerde bijhouding van een rechtszekerheidsregistratie;
c. voor een stuk als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e of f, het tarief dat krachtens artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de RtK geldt bij gedeeltelijk geautomatiseerde bijhouding van een rechtszekerheidsregistratie.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023368
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl