BWBR0023270
Geldig vanaf 2008-01-11
Artikel 4.3
Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK (MV-besluit secretaris-generaal BZK)
Aan de Minister is voorbehouden het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot:
a. het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift;
b. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat persoonlijk door de Minister onderscheidenlijk de secretaris-generaal is getekend;
c. het beslissen op een beroepschrift;
d. het instellen van een agentschap bij het Ministerie;
e. het oprichten van een rechtspersoon;
f. het geven van aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift;
g. het toepassen van aanwijzing 3 van de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren;
h. het vaststellen van het besluit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst, houdende de vaststelling van de organisatie van het Ministerie;
i. het uitoefenen van het houderschap van de departementale persoonsregistraties;
j. het uitoefenen van de op grond van departementale regelgeving aan de Minister voorbehouden bevoegdheden met betrekking tot vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken;
k. het instellen van een adviescommissie of klachtencommissie waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van het Ministerie en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de Minister, en het benoemen en ontslaan van de (plaatsvervangend) voorzitter en (plaatsvervangend) leden van die commissie;
l. het benoemen en ontslaan van departementale vertrouwenspersonen;
m. het verlenen van goedkeuring aan, het schorsen of het vernietigen van, dan wel het onthouden van goedkeuring aan besluiten van een ander bestuursorgaan;
n. het definitief buiten invordering stellen onderscheidenlijk kwijtschelden van vorderingen op derden vanaf door de Minister van Financiën vastgestelde grensbedragen;
o. het definitief vaststellen van een sectorale arbeidsvoorwaardenovereenkomst waarvoor de Minister verantwoordelijk is.
a. het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift;
b. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat persoonlijk door de Minister onderscheidenlijk de secretaris-generaal is getekend;
c. het beslissen op een beroepschrift;
d. het instellen van een agentschap bij het Ministerie;
e. het oprichten van een rechtspersoon;
f. het geven van aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift;
g. het toepassen van aanwijzing 3 van de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren;
h. het vaststellen van het besluit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst, houdende de vaststelling van de organisatie van het Ministerie;
i. het uitoefenen van het houderschap van de departementale persoonsregistraties;
j. het uitoefenen van de op grond van departementale regelgeving aan de Minister voorbehouden bevoegdheden met betrekking tot vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken;
k. het instellen van een adviescommissie of klachtencommissie waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van het Ministerie en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de Minister, en het benoemen en ontslaan van de (plaatsvervangend) voorzitter en (plaatsvervangend) leden van die commissie;
l. het benoemen en ontslaan van departementale vertrouwenspersonen;
m. het verlenen van goedkeuring aan, het schorsen of het vernietigen van, dan wel het onthouden van goedkeuring aan besluiten van een ander bestuursorgaan;
n. het definitief buiten invordering stellen onderscheidenlijk kwijtschelden van vorderingen op derden vanaf door de Minister van Financiën vastgestelde grensbedragen;
o. het definitief vaststellen van een sectorale arbeidsvoorwaardenovereenkomst waarvoor de Minister verantwoordelijk is.