BWBR0023215
Geldig vanaf 2008-03-01
Artikel 4
Subsidieregeling Eurostarsprojecten-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
1. Als subsidiabele kosten worden uitsluitend kosten in aanmerking genomen die zijn gemaakt en betaald door een in Nederland gevestigde ondernemer, onderzoeks-organisatie of Eurostars-samenwerkingsverband.
2. Indien een in Nederland gevestigde aanvrager daarom verzoekt, worden in afwijking van artikel 5 van de kaderregelingde volgende subsidiabele kosten in aanmerking genomen:
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het industriële onderzoek of de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. de kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemerskosten van speciaal voor het Eurostarsproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het Eurostarsproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
4°. aan derden verschuldigde kosten;
5°. kosten van buitenlandstages;
6°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
7°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. de kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemerskosten van speciaal voor het Eurostarsproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het Eurostarsproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
4°. aan derden verschuldigde kosten;
5°. kosten van buitenlandstages;
6°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
7°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de in onderdeel a, onder 1°, bedoelde kosten.
3. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
4. De kosten, bedoeld in dit artikel, worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
5. Indien geen loonkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het Eurostarsproject wordt verricht, wordt voor de berekening van de subsidiabele kosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
6. Subsidiabele kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na aanvang van het Eurostarsproject zijn gemaakt en betaald of, indien indiening van de aanvraag tot verlening van subsidie plaatsvindt na aanvang van het project, voor zover ze na de indiening van die aanvraag zijn gemaakt en betaald.
7. Indien overeenkomstig het tweede lid de in dit artikel genoemde subsidiabele kosten in aanmerking worden genomen, voert de subsidieontvanger in afwijking van artikel 29, eerste lid, onderdeel c, van de kaderregelingeen administratie die is gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in dit artikel, waaruit te allen tijde op eenvoudige een duidelijke wijze de gemaakte en betaalde kosten kunnen worden afgeleid.
2. Indien een in Nederland gevestigde aanvrager daarom verzoekt, worden in afwijking van artikel 5 van de kaderregelingde volgende subsidiabele kosten in aanmerking genomen:
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het industriële onderzoek of de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. de kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemerskosten van speciaal voor het Eurostarsproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het Eurostarsproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
4°. aan derden verschuldigde kosten;
5°. kosten van buitenlandstages;
6°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
7°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°. de kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemerskosten van speciaal voor het Eurostarsproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het Eurostarsproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten;
4°. aan derden verschuldigde kosten;
5°. kosten van buitenlandstages;
6°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
7°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de in onderdeel a, onder 1°, bedoelde kosten.
3. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
4. De kosten, bedoeld in dit artikel, worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
5. Indien geen loonkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het Eurostarsproject wordt verricht, wordt voor de berekening van de subsidiabele kosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
6. Subsidiabele kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na aanvang van het Eurostarsproject zijn gemaakt en betaald of, indien indiening van de aanvraag tot verlening van subsidie plaatsvindt na aanvang van het project, voor zover ze na de indiening van die aanvraag zijn gemaakt en betaald.
7. Indien overeenkomstig het tweede lid de in dit artikel genoemde subsidiabele kosten in aanmerking worden genomen, voert de subsidieontvanger in afwijking van artikel 29, eerste lid, onderdeel c, van de kaderregelingeen administratie die is gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in dit artikel, waaruit te allen tijde op eenvoudige een duidelijke wijze de gemaakte en betaalde kosten kunnen worden afgeleid.