BWBR0023183
Geldig vanaf 2008-01-05
Artikel 7.2
Mandaat- en volmachtbesluit diensthoofden BZK (MV-besluit diensthoofden BZK)
Artikel 7.1is niet van toepassing op:
a. het nemen van besluiten met betrekking tot personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder het diensthoofd ressorterende functionarissen;
b. het aanstellen van een ambtenaar in tijdelijke dienst met toepassing van artikel 6a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
c. het aanwijzen van een rijksambtenaar als herplaatsingskandidaat;
d. het verlenen van ontslag op grond van artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement onderscheidenlijk artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie;
e. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2006, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
f. het besluiten tot een reorganisatie;
g. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,– of immateriële schadevergoeding;
h. het vaststellen van de formatie van onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen;
i. het beslissen op bezwaarschriften.
a. het nemen van besluiten met betrekking tot personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder het diensthoofd ressorterende functionarissen;
b. het aanstellen van een ambtenaar in tijdelijke dienst met toepassing van artikel 6a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
c. het aanwijzen van een rijksambtenaar als herplaatsingskandidaat;
d. het verlenen van ontslag op grond van artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement onderscheidenlijk artikel 95 van het Besluit algemene rechtspositie politie;
e. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2006, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
f. het besluiten tot een reorganisatie;
g. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,– of immateriële schadevergoeding;
h. het vaststellen van de formatie van onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen;
i. het beslissen op bezwaarschriften.