BWBR0023132
Geldig vanaf 2025-04-09
Artikel 3a
Regeling jaarverslaggeving onderwijs
1. Indien de totale baten van een bevoegd gezag ten hoogste € 15.000.000 bedragen kan het bevoegd gezag ervoor kiezen een compact bestuursverslag op te stellen.
2. Dit artikel kan niet worden toegepast door een bevoegd gezag dat uitsluitend of eveneens het bevoegd gezag is van een onderwijsinstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/1.1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs</a>of <a href="/wet/BWBR0005682/artikel/1.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.8 van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek</a>.
3. In het geval dat een bevoegd gezag kiest voor het opstellen van een compact bestuursverslag is het toepassen van <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/391" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>niet verplicht met uitzondering van de in bijlage 5opgenomen voorwaarden en minimale vereisten.
4. Indien een bevoegd gezag in enig jaar het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid overschrijdt, kan het bevoegd gezag met ingang van het daaropvolgende verslagjaar nog voor ten hoogste drie achtereenvolgende verslagjaren een compact bestuursverslag opstellen.
5. Indien de totale baten van een bevoegd gezag dalen tot onder het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag ervoor kiezen een compact bestuursverslag op te stellen met ingang van het daaropvolgende verslagjaar.
6. Met betrekking tot het uitvoeren van dit artikel neemt het bevoegd gezag bij wijzigingen ten aanzien van de inrichting van het bestuursverslag ten opzichte van het vorige verslagjaar daarover een toelichting op in het bestuursverslag.
2. Dit artikel kan niet worden toegepast door een bevoegd gezag dat uitsluitend of eveneens het bevoegd gezag is van een onderwijsinstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007625/artikel/1.1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs</a>of <a href="/wet/BWBR0005682/artikel/1.8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.8 van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek</a>.
3. In het geval dat een bevoegd gezag kiest voor het opstellen van een compact bestuursverslag is het toepassen van <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/391" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>niet verplicht met uitzondering van de in bijlage 5opgenomen voorwaarden en minimale vereisten.
4. Indien een bevoegd gezag in enig jaar het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid overschrijdt, kan het bevoegd gezag met ingang van het daaropvolgende verslagjaar nog voor ten hoogste drie achtereenvolgende verslagjaren een compact bestuursverslag opstellen.
5. Indien de totale baten van een bevoegd gezag dalen tot onder het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag ervoor kiezen een compact bestuursverslag op te stellen met ingang van het daaropvolgende verslagjaar.
6. Met betrekking tot het uitvoeren van dit artikel neemt het bevoegd gezag bij wijzigingen ten aanzien van de inrichting van het bestuursverslag ten opzichte van het vorige verslagjaar daarover een toelichting op in het bestuursverslag.