Artikel 1
1. Op basis van de in de meerjarenraming van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgenomen bedragen kent de Minister jaarlijks een bijdrage toe aan de Stichting Arbeidsmarkt- en Opleidingsfonds Rijk – verder te noemen de stichting – ten behoeve van het stimuleren van de arbeidsmarkt-, werkgelegenheids- en opleidingsactiviteiten. Jaarlijks zal in de begroting de bijdrage voor het betreffende jaar en in de meerjarencijfers een raming voor drie jaar worden opgenomen. De stichting zal door middel van een besluit op de hoogte worden gesteld van de raming van de bijdrage voor het betreffende jaar en de jaren daarop. De bijdrage is prijsgevoelig. Dat betekent dat er jaarlijks een prijsbijstelling boven op de definitieve bijdrage kan worden uitgekeerd aan de stichting als dit nodig blijkt te zijn.
2. De Minister kan in overeenstemming met de Centrales van Overheidspersoneel uit de beschikbare arbeidsvoorwaardenruimte aanvullende middelen aan de stichting toekennen.
3. Indien de Minister in overeenstemming met de Centrales van Overheidspersoneel besluit de bijdrage genoemd in het eerste lid, niet meer te verstrekken, dient de Minister een opzegtermijn van drie jaar in acht te nemen.
2. De Minister kan in overeenstemming met de Centrales van Overheidspersoneel uit de beschikbare arbeidsvoorwaardenruimte aanvullende middelen aan de stichting toekennen.
3. Indien de Minister in overeenstemming met de Centrales van Overheidspersoneel besluit de bijdrage genoemd in het eerste lid, niet meer te verstrekken, dient de Minister een opzegtermijn van drie jaar in acht te nemen.