BWBR0023049
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 4
Regeling persoonsvolgend budget voor inburgering in de opvang
1. De Minister verwerkt de aanvraag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor een persoonsvolgend budget.
2. De Minister controleert of de aanvrager voldoet aan de volgende criteria:
a. de aanvrager behoort volgens opgave van de Immigratie- en Naturalisatiedienst tot de groep personen die valt onder het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000;
b. de aanvrager verblijft op het moment van indiening van de aanvraag volgens de verklaring van het COA, bedoeld in artikel 3, derde lid, in een opvangvoorziening;
c. de aanvrager: – is niet eerder door een gemeente als inburgeringsplichtig of als niet inburgeringsplichtig opgenomen in het Informatiesysteem Inburgering;
– heeft niet gedurende de leerplichtige leeftijd acht jaar of langer in Nederland verbleven;
– is niet in het bezit van een diploma of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
– heeft geen bewijs dat de korte vrijstellingstoets, bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit inburgering, is gehaald;
– heeft niet de nationaliteit van een land behorende tot de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte, of de Zwitserse nationaliteit;
– is niet 65 jaar of ouder;
– is niet leerplichtig of kwalificatieplichtig als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d, van de Wet inburgering;
– is niet eerder door een gemeente als inburgeringsplichtig of als niet inburgeringsplichtig opgenomen in het Informatiesysteem Inburgering;
– heeft niet gedurende de leerplichtige leeftijd acht jaar of langer in Nederland verbleven;
– is niet in het bezit van een diploma of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
– heeft geen bewijs dat de korte vrijstellingstoets, bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit inburgering, is gehaald;
– heeft niet de nationaliteit van een land behorende tot de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte, of de Zwitserse nationaliteit;
– is niet 65 jaar of ouder;
– is niet leerplichtig of kwalificatieplichtig als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d, van de Wet inburgering;
d. de aanvrager heeft geen openstaande lening als bedoeld in artikel 16 van de Wet inburgering.
3. De Minister controleert of de ingediende factuur afkomstig is van een cursusinstelling of van een exameninstelling, een origineel is en voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 7, tweede lid.
2. De Minister controleert of de aanvrager voldoet aan de volgende criteria:
a. de aanvrager behoort volgens opgave van de Immigratie- en Naturalisatiedienst tot de groep personen die valt onder het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000;
b. de aanvrager verblijft op het moment van indiening van de aanvraag volgens de verklaring van het COA, bedoeld in artikel 3, derde lid, in een opvangvoorziening;
c. de aanvrager: – is niet eerder door een gemeente als inburgeringsplichtig of als niet inburgeringsplichtig opgenomen in het Informatiesysteem Inburgering;
– heeft niet gedurende de leerplichtige leeftijd acht jaar of langer in Nederland verbleven;
– is niet in het bezit van een diploma of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
– heeft geen bewijs dat de korte vrijstellingstoets, bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit inburgering, is gehaald;
– heeft niet de nationaliteit van een land behorende tot de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte, of de Zwitserse nationaliteit;
– is niet 65 jaar of ouder;
– is niet leerplichtig of kwalificatieplichtig als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d, van de Wet inburgering;
– is niet eerder door een gemeente als inburgeringsplichtig of als niet inburgeringsplichtig opgenomen in het Informatiesysteem Inburgering;
– heeft niet gedurende de leerplichtige leeftijd acht jaar of langer in Nederland verbleven;
– is niet in het bezit van een diploma of document als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
– heeft geen bewijs dat de korte vrijstellingstoets, bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit inburgering, is gehaald;
– heeft niet de nationaliteit van een land behorende tot de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte, of de Zwitserse nationaliteit;
– is niet 65 jaar of ouder;
– is niet leerplichtig of kwalificatieplichtig als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d, van de Wet inburgering;
d. de aanvrager heeft geen openstaande lening als bedoeld in artikel 16 van de Wet inburgering.
3. De Minister controleert of de ingediende factuur afkomstig is van een cursusinstelling of van een exameninstelling, een origineel is en voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 7, tweede lid.