BWBR0023007
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 3
Klachtenregeling bijzondere opsporingsdiensten
1. De klachtencommissie wordt bijgestaan door of namens een door de Minister van Financiën aangewezen secretaris. De secretaris is geen lid van de klachtencommissie.
2. De klachtencommissie stelt met in achtneming van hoofdstuk 9, afdeling 9.1.3, van de Algemene wet bestuursrechteen reglement omtrent haar werkwijze vast, dat door de voorzitter en de leden wordt ondertekend. Voor zover dit reglement de werkwijze betreft van het secretariaat, geschiedt de vaststelling na overleg met de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en Economische Controledienst.
3. Het is de voorzitter, de leden en de secretaris van de klachtencommissie verboden hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen, verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt.
2. De klachtencommissie stelt met in achtneming van hoofdstuk 9, afdeling 9.1.3, van de Algemene wet bestuursrechteen reglement omtrent haar werkwijze vast, dat door de voorzitter en de leden wordt ondertekend. Voor zover dit reglement de werkwijze betreft van het secretariaat, geschiedt de vaststelling na overleg met de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en Economische Controledienst.
3. Het is de voorzitter, de leden en de secretaris van de klachtencommissie verboden hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen, verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt.