BWBR0022983
Geldig vanaf 08-12-2007
Artikel 5
Regeling administratie- en declaratievoorschrift prestatiebekostiging farmaceutische zorg
5.1. a. De zorgaanbieder maakt bij declaraties aan zorgverzekeraars en consumenten in de declaratie duidelijk zichtbaar welke afzonderlijke prestaties in rekening worden gebracht en welk tarief daarbij wordt gehanteerd.
5.2. In de beleidsregel Prestatiebekostiging farmaceutische zorg is vastgelegd dat voor de basisprestatie (de uitgifte) en voor vier aanvullende prestaties een maximumtarief per voorschrift geldt. Voor een vijfde aanvullende prestatie (de weekaflevering) geldt een maximumtarief per voorschrift per week.
a. De voorschriften op het recept van de arts zijn bepalend voor de declaratie van de zorgaanbieder met betrekking tot het afleveren van geneesmiddelen. De zorgaanbieder mag noch op eigen initiatief noch op initiatief van de consument bij het splitsen van een voorschrift in deelvoorschriften per deelvoorschrift het tarief per voorschrift in rekening brengen, tenzij minstens één van de volgende situaties zich voordoet: – de houdbaarheid van het geneesmiddel betreft een kortere periode dan de periode waarvoor in het voorschrift het geneesmiddel is voorgeschreven;
– een recept lijkt op een iteratierecept;
– er is een uitdrukkelijk advies van de Hoofdinspectie om per keer minder af te leveren dan het voorschrift aangeeft;
– met de verzekeraar is overeengekomen om een voorschrift te splitsen in deelvoorschriften.
– de houdbaarheid van het geneesmiddel betreft een kortere periode dan de periode waarvoor in het voorschrift het geneesmiddel is voorgeschreven;
– een recept lijkt op een iteratierecept;
– er is een uitdrukkelijk advies van de Hoofdinspectie om per keer minder af te leveren dan het voorschrift aangeeft;
– met de verzekeraar is overeengekomen om een voorschrift te splitsen in deelvoorschriften.
b. De aanvullende prestaties ‘Eerste uitgifte’, ‘ANZ-recept’, ‘Bijzondere magistrale bereiding’ en ‘Reguliere magistrale bereiding’ kunnen niet op zichzelf staand in rekening worden gebracht. Zij moeten altijd gekoppeld met de uitgifte waarop zij betrekking hebben gedeclareerd worden.
c. Per uitgifte mag er van de aanvullende prestaties ‘Eerste uitgifte’, ‘ANZ-recept’, ‘Bijzondere magistrale bereiding’ en ‘Reguliere magistrale bereiding’ per aanvullende prestatie maximaal één in rekening worden gebracht.
d. De aanvullende prestatie ‘weekuitgifte’ kan wel los gedeclareerd worden, maar niet frequenter dan één keer per week en per voorschrift niet vaker dan het aantal weken waarop het betreffende voorschrift betrekking heeft.
e. De aanvullende prestaties ‘Bijzondere magistrale bereiding’ en ‘Reguliere magistrale bereiding’ mogen niet bij dezelfde uitgifte in rekening worden gebracht.
5.3. a. Indien sprake is van onderlinge dienstverlening, mag de zorgaanbieder die de prestatie levert, het tarief uitsluitend in rekening brengen aan de zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerder heeft aangevraagd.
5.2. In de beleidsregel Prestatiebekostiging farmaceutische zorg is vastgelegd dat voor de basisprestatie (de uitgifte) en voor vier aanvullende prestaties een maximumtarief per voorschrift geldt. Voor een vijfde aanvullende prestatie (de weekaflevering) geldt een maximumtarief per voorschrift per week.
a. De voorschriften op het recept van de arts zijn bepalend voor de declaratie van de zorgaanbieder met betrekking tot het afleveren van geneesmiddelen. De zorgaanbieder mag noch op eigen initiatief noch op initiatief van de consument bij het splitsen van een voorschrift in deelvoorschriften per deelvoorschrift het tarief per voorschrift in rekening brengen, tenzij minstens één van de volgende situaties zich voordoet: – de houdbaarheid van het geneesmiddel betreft een kortere periode dan de periode waarvoor in het voorschrift het geneesmiddel is voorgeschreven;
– een recept lijkt op een iteratierecept;
– er is een uitdrukkelijk advies van de Hoofdinspectie om per keer minder af te leveren dan het voorschrift aangeeft;
– met de verzekeraar is overeengekomen om een voorschrift te splitsen in deelvoorschriften.
– de houdbaarheid van het geneesmiddel betreft een kortere periode dan de periode waarvoor in het voorschrift het geneesmiddel is voorgeschreven;
– een recept lijkt op een iteratierecept;
– er is een uitdrukkelijk advies van de Hoofdinspectie om per keer minder af te leveren dan het voorschrift aangeeft;
– met de verzekeraar is overeengekomen om een voorschrift te splitsen in deelvoorschriften.
b. De aanvullende prestaties ‘Eerste uitgifte’, ‘ANZ-recept’, ‘Bijzondere magistrale bereiding’ en ‘Reguliere magistrale bereiding’ kunnen niet op zichzelf staand in rekening worden gebracht. Zij moeten altijd gekoppeld met de uitgifte waarop zij betrekking hebben gedeclareerd worden.
c. Per uitgifte mag er van de aanvullende prestaties ‘Eerste uitgifte’, ‘ANZ-recept’, ‘Bijzondere magistrale bereiding’ en ‘Reguliere magistrale bereiding’ per aanvullende prestatie maximaal één in rekening worden gebracht.
d. De aanvullende prestatie ‘weekuitgifte’ kan wel los gedeclareerd worden, maar niet frequenter dan één keer per week en per voorschrift niet vaker dan het aantal weken waarop het betreffende voorschrift betrekking heeft.
e. De aanvullende prestaties ‘Bijzondere magistrale bereiding’ en ‘Reguliere magistrale bereiding’ mogen niet bij dezelfde uitgifte in rekening worden gebracht.
5.3. a. Indien sprake is van onderlinge dienstverlening, mag de zorgaanbieder die de prestatie levert, het tarief uitsluitend in rekening brengen aan de zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerder heeft aangevraagd.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022983
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl