BWBR0022965
Geldig vanaf 2007-12-08
Artikel 3
Instellingsbesluit Interbestuurlijke taskforce gemeenten
1. De taskforce heeft tot taak de uitvoering van het bestuursakkoord te bevorderen en daartoe:
a. de decentralisatievoorstellen uit het bestuursakkoord met kracht te bevorderen, en daarbij bijzondere aandacht te schenken aan het verminderen van bestuurlijke drukte, het vergroten van de benodigde bestuurskracht, de invulling van de financiële verhouding, en het inventariseren van verdere mogelijkheden tot decentralisatie;
b. te onderzoeken of en in welke mate bij de realisatie van de decentralisatieambities uit het bestuursakkoord het noodzakelijk of gewenst is dat gemeenten in de uitvoering van elkaar verschillen;
c. de complexiteit van de bestuurlijke praktijk te reduceren door op een aantal beleidsterreinen het ‘twee bestuurslagen principe’ uit het Coalitieakkoord en het bestuursakkoord toe te passen;
d. te onderzoeken op welke wijze de praktijk van intergemeentelijke samenwerking kan worden vergemakkelijkt.
2. De taskforce wordt gevraagd het rapport ‘De eerste overheid’ van de commissie Van Aartsen en de resolutie die de VNG naar aanleiding van dat rapport op 10 september 2007 heeft vastgesteld, te betrekken bij haar werkzaamheden.
3. De taskforce wordt gevraagd een half jaar na aanvang van haar werkzaamheden te rapporteren aan de Minister en staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, betrokken bewindslieden en aan de voorzitter van de VNG.
4. Na het uitbrengen van het rapport is de taskforce opgeheven.
a. de decentralisatievoorstellen uit het bestuursakkoord met kracht te bevorderen, en daarbij bijzondere aandacht te schenken aan het verminderen van bestuurlijke drukte, het vergroten van de benodigde bestuurskracht, de invulling van de financiële verhouding, en het inventariseren van verdere mogelijkheden tot decentralisatie;
b. te onderzoeken of en in welke mate bij de realisatie van de decentralisatieambities uit het bestuursakkoord het noodzakelijk of gewenst is dat gemeenten in de uitvoering van elkaar verschillen;
c. de complexiteit van de bestuurlijke praktijk te reduceren door op een aantal beleidsterreinen het ‘twee bestuurslagen principe’ uit het Coalitieakkoord en het bestuursakkoord toe te passen;
d. te onderzoeken op welke wijze de praktijk van intergemeentelijke samenwerking kan worden vergemakkelijkt.
2. De taskforce wordt gevraagd het rapport ‘De eerste overheid’ van de commissie Van Aartsen en de resolutie die de VNG naar aanleiding van dat rapport op 10 september 2007 heeft vastgesteld, te betrekken bij haar werkzaamheden.
3. De taskforce wordt gevraagd een half jaar na aanvang van haar werkzaamheden te rapporteren aan de Minister en staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, betrokken bewindslieden en aan de voorzitter van de VNG.
4. Na het uitbrengen van het rapport is de taskforce opgeheven.