BWBR0022929
Geldig vanaf 2020-11-27
Artikel 23
Besluit bodemkwaliteit
1. Onze Minister kan een erkenning bodemkwaliteit geheel of gedeeltelijk intrekken:
a. op verzoek van de erkende persoon of instelling;
b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
c. indien het bewijs van certificatie of accreditatie voor de desbetreffende werkzaamheid is ingetrokken of niet meer geldig is;
d. indien de erkende persoon of instelling in staat van faillissement verkeert of surseance van betaling heeft verkregen, of
e. indien de erkende persoon of instelling of de natuurlijk persoon, bedoeld in artikel 9, tweede lid, een overtreding heeft begaan van een wettelijk voorschrift dat is gesteld bij of krachtens dit besluit of de Omgevingswet, een krachtens dit besluit aangewezen normdocument of artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de overtreding verband houdt met een werkzaamheid.
2. Onze Minister kan een erkenning bodemkwaliteit voor een periode van ten hoogste twee jaren, geheel of gedeeltelijk schorsen, indien:
a. het bewijs van certificatie of accreditatie voor de desbetreffende werkzaamheid is geschorst, of
b. sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onder e.
3. Onze Minister kan een erkenning bodemkwaliteit intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>.
4. Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.
5. Indien een besluit tot intrekking of schorsing betrekking heeft op een certificeringsinstelling blijven de door deze instelling afgegeven certificaten gedurende zes maanden geldig.
6. Ingeval van aanwijzingen dat er sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan Onze Minister de desbetreffende persoon of instelling verzoeken binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>over te leggen, die niet ouder is dan twee maanden. Indien de desbetreffende persoon of instelling niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet of kan voldoen, kan Onze Minister de erkenning bodemkwaliteit voor een periode van ten hoogste twee jaren geheel of gedeeltelijk schorsen.
a. op verzoek van de erkende persoon of instelling;
b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
c. indien het bewijs van certificatie of accreditatie voor de desbetreffende werkzaamheid is ingetrokken of niet meer geldig is;
d. indien de erkende persoon of instelling in staat van faillissement verkeert of surseance van betaling heeft verkregen, of
e. indien de erkende persoon of instelling of de natuurlijk persoon, bedoeld in artikel 9, tweede lid, een overtreding heeft begaan van een wettelijk voorschrift dat is gesteld bij of krachtens dit besluit of de Omgevingswet, een krachtens dit besluit aangewezen normdocument of artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de overtreding verband houdt met een werkzaamheid.
2. Onze Minister kan een erkenning bodemkwaliteit voor een periode van ten hoogste twee jaren, geheel of gedeeltelijk schorsen, indien:
a. het bewijs van certificatie of accreditatie voor de desbetreffende werkzaamheid is geschorst, of
b. sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onder e.
3. Onze Minister kan een erkenning bodemkwaliteit intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>.
4. Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.
5. Indien een besluit tot intrekking of schorsing betrekking heeft op een certificeringsinstelling blijven de door deze instelling afgegeven certificaten gedurende zes maanden geldig.
6. Ingeval van aanwijzingen dat er sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan Onze Minister de desbetreffende persoon of instelling verzoeken binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0014194/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens</a>over te leggen, die niet ouder is dan twee maanden. Indien de desbetreffende persoon of instelling niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet of kan voldoen, kan Onze Minister de erkenning bodemkwaliteit voor een periode van ten hoogste twee jaren geheel of gedeeltelijk schorsen.