BWBR0022913
Geldig vanaf 2007-12-01
Artikel 3
Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose
1. Nabestaanden van de persoon, bedoeld in artikel 2, hebben recht op een tegemoetkoming, indien:
a. de persoon, bedoeld in artikel 2, is overleden nadat de aanvraag om tegemoetkoming door hem is ingediend, doch voordat op die aanvraag is beslist en artikel 2, onderdelen b tot en met i, op hem van toepassing is, of
b. de persoon, bedoeld in artikel 2, is overleden in het tijdvak gelegen tussen 10 november 2006 tot 1 juni 2008 en artikel 2, onderdelen b tot en met i, op hem van toepassing is.
2. In het geval van het eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2, de aanvraag om tegemoetkoming heeft ingediend, geschiedt de beoordeling welke persoon of personen met toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel i, als nabestaande wordt aangemerkt, op basis van de omstandigheden op het tijdstip van overlijden van de persoon, bedoeld in artikel 2.
3. In het geval van het eerste lid, onderdeel b, voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2,de aanvraag om tegemoetkoming niet heeft ingediend, geschiedt de beoordeling welke persoon of personen met toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel i, als nabestaande wordt aangemerkt, op basis van de omstandigheden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag.
4. Nabestaanden hebben alleen recht op een tegemoetkoming indien zij geen vergoeding van de immateriële schade in verband met het bij de in artikel 2bedoelde persoon geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose hebben ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag hebben ontvangen dat lager is dan € 18.392,– ongeacht de vorm waarin die vergoeding is gedaan.
5. In het geval van het eerste lid, onderdeel a, wordt de behandeling van de aanvraag ten behoeve van de nabestaanden voortgezet, tenzij deze schriftelijk te kennen geven daarop geen prijs te stellen.
6. Voor zover er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, het in ontvangst nemen van een tegemoetkoming daarbij inbegrepen.
a. de persoon, bedoeld in artikel 2, is overleden nadat de aanvraag om tegemoetkoming door hem is ingediend, doch voordat op die aanvraag is beslist en artikel 2, onderdelen b tot en met i, op hem van toepassing is, of
b. de persoon, bedoeld in artikel 2, is overleden in het tijdvak gelegen tussen 10 november 2006 tot 1 juni 2008 en artikel 2, onderdelen b tot en met i, op hem van toepassing is.
2. In het geval van het eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2, de aanvraag om tegemoetkoming heeft ingediend, geschiedt de beoordeling welke persoon of personen met toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel i, als nabestaande wordt aangemerkt, op basis van de omstandigheden op het tijdstip van overlijden van de persoon, bedoeld in artikel 2.
3. In het geval van het eerste lid, onderdeel b, voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2,de aanvraag om tegemoetkoming niet heeft ingediend, geschiedt de beoordeling welke persoon of personen met toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel i, als nabestaande wordt aangemerkt, op basis van de omstandigheden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag.
4. Nabestaanden hebben alleen recht op een tegemoetkoming indien zij geen vergoeding van de immateriële schade in verband met het bij de in artikel 2bedoelde persoon geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose hebben ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag hebben ontvangen dat lager is dan € 18.392,– ongeacht de vorm waarin die vergoeding is gedaan.
5. In het geval van het eerste lid, onderdeel a, wordt de behandeling van de aanvraag ten behoeve van de nabestaanden voortgezet, tenzij deze schriftelijk te kennen geven daarop geen prijs te stellen.
6. Voor zover er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, het in ontvangst nemen van een tegemoetkoming daarbij inbegrepen.