BWBR0022877
Geldig vanaf 2007-11-23
Artikel 7
Regeling commissie van toezicht detentieplaatsen Koninklijke Marechaussee
1. De commissie stelt zich regelmatig door eigen waarneming op de hoogte van de toestand in de detentieplaatsen.
2. De leden van de commissie hebben te allen tijde toegang tot de detentieplaatsen, behalve voorzover en voor zolang het plaatsen betreft waar in het kader van een opsporingsonderzoek een verhoor plaatsvindt dan wel een verhoor in het kader van een onderzoek naar de identiteit en verblijfsstatus.
3. De leden van de commissie kunnen direct en in afzondering met elke ingeslotene spreken. Het in het tweede lid, tweede zinsdeel bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
4. De commissie kan voor de uitoefening van haar taken zonodig gebruik maken van tolken, waarvan de kosten ten laste komen van de beheerder.
5. De leden van de commissie hebben het recht op inzage in alle voor de uitoefening van haar taken relevante bescheiden. Aan de leden van de commissie worden door elke ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee desverlangd terstond de benodigde inlichtingen verstrekt en de medewerking gegeven, die voor de vervulling van de taken van de commissie noodzakelijk zijn.
6. De leden van de commissie worden geïnformeerd over de veiligheidsvoorschriften en dienen de op grond daarvan gegeven aanwijzingen door ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee terstond op te volgen.
7. De commissie kan zich over alle aangelegenheden die verband houden met de vervulling van haar taken rechtstreeks wenden tot de Commandant Koninklijke Marechaussee en de betreffende brigadecommandant van de Koninklijke Marechaussee.
8. De commissie is bevoegd ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Defensie uit te nodigen voor haar vergaderingen.
9. De beheerder is bevoegd de vergaderingen van de commissie door een door hem aan te wijzen ambtenaar te doen bijwonen.
10. De Commandant Koninklijke Marechaussee voorziet de leden van de commissie van een identiteitsbewijs, dat hen onbelemmerde toegang tot alle detentieplaatsen verschaft.
2. De leden van de commissie hebben te allen tijde toegang tot de detentieplaatsen, behalve voorzover en voor zolang het plaatsen betreft waar in het kader van een opsporingsonderzoek een verhoor plaatsvindt dan wel een verhoor in het kader van een onderzoek naar de identiteit en verblijfsstatus.
3. De leden van de commissie kunnen direct en in afzondering met elke ingeslotene spreken. Het in het tweede lid, tweede zinsdeel bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
4. De commissie kan voor de uitoefening van haar taken zonodig gebruik maken van tolken, waarvan de kosten ten laste komen van de beheerder.
5. De leden van de commissie hebben het recht op inzage in alle voor de uitoefening van haar taken relevante bescheiden. Aan de leden van de commissie worden door elke ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee desverlangd terstond de benodigde inlichtingen verstrekt en de medewerking gegeven, die voor de vervulling van de taken van de commissie noodzakelijk zijn.
6. De leden van de commissie worden geïnformeerd over de veiligheidsvoorschriften en dienen de op grond daarvan gegeven aanwijzingen door ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee terstond op te volgen.
7. De commissie kan zich over alle aangelegenheden die verband houden met de vervulling van haar taken rechtstreeks wenden tot de Commandant Koninklijke Marechaussee en de betreffende brigadecommandant van de Koninklijke Marechaussee.
8. De commissie is bevoegd ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Defensie uit te nodigen voor haar vergaderingen.
9. De beheerder is bevoegd de vergaderingen van de commissie door een door hem aan te wijzen ambtenaar te doen bijwonen.
10. De Commandant Koninklijke Marechaussee voorziet de leden van de commissie van een identiteitsbewijs, dat hen onbelemmerde toegang tot alle detentieplaatsen verschaft.