BWBR0022834
Geldig vanaf 2007-11-18
Artikel 4
Regeling werkgeversbijdrage kinderopvang uitgezonden rijkspersoneel
1. De ambtenaar kan eens per drie maanden een aanvraag indienen tot toekenning van een bijdrage in de kosten van kinderopvang die hij heeft gemaakt in een aaneengesloten tijdvak van maximaal twaalf maanden direct voorafgaand aan de datum van indiening van zijn aanvraag.
2. Bij de aanvraag voegt de ambtenaar bewijsstukken waaruit blijkt:
a. door welk kindercentrum of door tussenkomst van welk geregistreerd gastouderbureau de kinderopvang is verzorgd;
b. de soort genoten opvang;
c. de uurprijs van de genoten opvang;
d. het aantal uren genoten opvang.
3. Bij de eerste aanvraag betreffende kinderopvang in Nederland voegt de ambtenaar tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de kinderopvang plaatsvindt bij een geregistreerd kindercentrum of door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.
4. Bij de eerste aanvraag betreffende kinderopvang buiten Nederland voegt de ambtenaar tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de kinderopvang plaatsvindt bij een geregistreerd kindercentrum of bij een ander kindercentrum dat verantwoorde kinderopvang biedt die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.
5. Bij de aanvraag voegt de ambtenaar met een partner tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de partner inkomsten uit tegenwoordige arbeid had gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft.
6. Het bevoegd gezag kan nadere voorschriften stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend.
2. Bij de aanvraag voegt de ambtenaar bewijsstukken waaruit blijkt:
a. door welk kindercentrum of door tussenkomst van welk geregistreerd gastouderbureau de kinderopvang is verzorgd;
b. de soort genoten opvang;
c. de uurprijs van de genoten opvang;
d. het aantal uren genoten opvang.
3. Bij de eerste aanvraag betreffende kinderopvang in Nederland voegt de ambtenaar tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de kinderopvang plaatsvindt bij een geregistreerd kindercentrum of door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.
4. Bij de eerste aanvraag betreffende kinderopvang buiten Nederland voegt de ambtenaar tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de kinderopvang plaatsvindt bij een geregistreerd kindercentrum of bij een ander kindercentrum dat verantwoorde kinderopvang biedt die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.
5. Bij de aanvraag voegt de ambtenaar met een partner tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de partner inkomsten uit tegenwoordige arbeid had gedurende de periode waarop de aanvraag betrekking heeft.
6. Het bevoegd gezag kan nadere voorschriften stellen omtrent de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend.