BWBR0022833
Geldig vanaf 2001-12-23
Artikel 2
Besluit adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog
1. Er is een commissie die tot taak heeft de minister op diens verzoek te adviseren over de te nemen beslissingen op verzoeken om teruggave van cultuurgoederen waarover de oorspronkelijke eigenaar door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime onvrijwillig het bezit heeft verloren en die:
a. onderdeel zijn van de NK-collectie; of
b. tot het overig bezit van de Staat der Nederlanden behoren.
2. De commissie heeft voorts tot taak op verzoek van de minister advies uit te brengen over geschillen over teruggave van cultuurgoederen tussen de oorspronkelijke eigenaar die door omstandigheden die direct verband hielden met het nazi-regime onvrijwillig het bezit verloor of diens erfgenamen en de huidige bezitter niet zijnde de Staat der Nederlanden.
3. De minister dient een verzoek om advies als bedoeld in het tweede lid uitsluitend in bij de commissie, indien de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenamen en de huidige bezitter gezamenlijk de minister daarom gevraagd hebben.
4. De commissie adviseert over verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onder a, ingediend bij de minister voor 30 juni 2015, met inachtneming van het rijksbeleid ter zake. Verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onder a ingediend op of na 30 juni 2015, behandelt de commissie overeenkomstig het vijfde lid.
5. De commissie adviseert over verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onder b, en het tweede lid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
6. Bij haar adviestaak, bedoeld in het eerste lid, kent de commissie groot gewicht toe aan de omstandigheden van de verwerving door de bezitter en de mogelijkheid van kennis van de verdachte herkomst ten tijde van de verwerving van het betrokken cultuurgoed.
7. De commissie kan het Expertisecentrum verzoeken een feitenonderzoek in te stellen.
8. Onverminderd het eerste en tweede lid, kan de minister door tussenkomst van de secretaris, bedoeld in artikel 5, al dan niet vooruitlopend op een adviesaanvraag aan de commissie, op gezamenlijk verzoek van partijen en gericht op het bereiken van een voor hen bevredigende oplossing, het Expertisecentrum verzoeken een feitenonderzoek in te stellen.
a. onderdeel zijn van de NK-collectie; of
b. tot het overig bezit van de Staat der Nederlanden behoren.
2. De commissie heeft voorts tot taak op verzoek van de minister advies uit te brengen over geschillen over teruggave van cultuurgoederen tussen de oorspronkelijke eigenaar die door omstandigheden die direct verband hielden met het nazi-regime onvrijwillig het bezit verloor of diens erfgenamen en de huidige bezitter niet zijnde de Staat der Nederlanden.
3. De minister dient een verzoek om advies als bedoeld in het tweede lid uitsluitend in bij de commissie, indien de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenamen en de huidige bezitter gezamenlijk de minister daarom gevraagd hebben.
4. De commissie adviseert over verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onder a, ingediend bij de minister voor 30 juni 2015, met inachtneming van het rijksbeleid ter zake. Verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onder a ingediend op of na 30 juni 2015, behandelt de commissie overeenkomstig het vijfde lid.
5. De commissie adviseert over verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onder b, en het tweede lid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
6. Bij haar adviestaak, bedoeld in het eerste lid, kent de commissie groot gewicht toe aan de omstandigheden van de verwerving door de bezitter en de mogelijkheid van kennis van de verdachte herkomst ten tijde van de verwerving van het betrokken cultuurgoed.
7. De commissie kan het Expertisecentrum verzoeken een feitenonderzoek in te stellen.
8. Onverminderd het eerste en tweede lid, kan de minister door tussenkomst van de secretaris, bedoeld in artikel 5, al dan niet vooruitlopend op een adviesaanvraag aan de commissie, op gezamenlijk verzoek van partijen en gericht op het bereiken van een voor hen bevredigende oplossing, het Expertisecentrum verzoeken een feitenonderzoek in te stellen.