BWBR0022798
Geldig vanaf 2007-11-10
Artikel 3
Instellingsbesluit Monitorcomité ESF2
1. Het Comité bestaat uit de volgende leden:
a. twee leden, benoemd door de Minister, waaronder de voorzitter;
b. een lid, benoemd door de Minister op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. een lid, benoemd door de Minister op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
d. een lid, benoemd door de Minister op voordracht van de Minister van Economische Zaken;
e. een lid, benoemd door de Minister op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
f. twee leden, benoemd door de Minister op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werkgevers;
g. twee leden, benoemd door de Minister op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werknemers.
2. De leden van het Comité kunnen zich ter vergadering laten bijstaan door een of meer adviseurs.
3. Voor ieder lid kan de Minister een plaatsvervanger benoemen, voor zover van toepassing op voordracht van de instantie die het te vervangen lid heeft voorgedragen.
4. Op eigen initiatief of op verzoek van het comité neemt een vertegenwoordiger van de Europese Commissie met raadgevende stem zitting in het Comité.
5. Het secretariaat van het Comité berust bij het Ministerie.
a. twee leden, benoemd door de Minister, waaronder de voorzitter;
b. een lid, benoemd door de Minister op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. een lid, benoemd door de Minister op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
d. een lid, benoemd door de Minister op voordracht van de Minister van Economische Zaken;
e. een lid, benoemd door de Minister op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
f. twee leden, benoemd door de Minister op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werkgevers;
g. twee leden, benoemd door de Minister op voordracht van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werknemers.
2. De leden van het Comité kunnen zich ter vergadering laten bijstaan door een of meer adviseurs.
3. Voor ieder lid kan de Minister een plaatsvervanger benoemen, voor zover van toepassing op voordracht van de instantie die het te vervangen lid heeft voorgedragen.
4. Op eigen initiatief of op verzoek van het comité neemt een vertegenwoordiger van de Europese Commissie met raadgevende stem zitting in het Comité.
5. Het secretariaat van het Comité berust bij het Ministerie.