Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Staatssecretaris: de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een of meer volgens de Wet op het primair onderwijs bekostigde scholen, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
c. school: een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
d. kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
e. buitenschoolse opvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs;
f. houder: degene, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, die een kindercentrum als bedoeld in die wet exploiteert of degene die voornemens is een dergelijk kindercentrum te exploiteren;
g. GGD: een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
h. bso-unit: voor buitenschoolse opvang bestemd gebouw dat is of wordt geplaatst op een standplaats, niet verrijdbaar is en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;
i. kindplaats: de eenheid van het aantal kinderen dat op grond van de bij en krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gestelde kwaliteitseisen gelijktijdig in een voorziening als bedoeld in deze regeling mag worden opgevangen;
j. inspectierapport: het inspectierapport van de GGD, bedoeld in artikel 1.63 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
a. Staatssecretaris: de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een of meer volgens de Wet op het primair onderwijs bekostigde scholen, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
c. school: een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
d. kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
e. buitenschoolse opvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs;
f. houder: degene, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, die een kindercentrum als bedoeld in die wet exploiteert of degene die voornemens is een dergelijk kindercentrum te exploiteren;
g. GGD: een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
h. bso-unit: voor buitenschoolse opvang bestemd gebouw dat is of wordt geplaatst op een standplaats, niet verrijdbaar is en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;
i. kindplaats: de eenheid van het aantal kinderen dat op grond van de bij en krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gestelde kwaliteitseisen gelijktijdig in een voorziening als bedoeld in deze regeling mag worden opgevangen;
j. inspectierapport: het inspectierapport van de GGD, bedoeld in artikel 1.63 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.