BWBR0022737
Geldig vanaf 2007-11-01
Artikel 3
Regeling verplichte afkoop voorzieningen particuliere huurwoningen 2007
1. Indien er jegens een gemeente op grond van een verbintenis nog een bedrag openstaat met een vervaldatum in de periode voorafgaand aan 1 november 2006 kan de gemeente tot 1 november 2007 aan de Minister doen toekomen de verhuurverklaring aangaande de desbetreffende woning of de desbetreffende woningen of in plaats daarvan een document, waarin burgemeester en wethouders verklaren dat de desbetreffende woning of de desbetreffende woningen naar hun beste weten gedurende de desbetreffende periode als huurwoning in gebruik was of waren.
2. De Minister kent na ontvangst van een stuk als bedoeld in het eerste lid elk nog openstaand bedrag, bedoeld in het eerste lid, toe.
3. Het krachtens het tweede lid toe te kennen bedrag wordt berekend op grond van de PHW, uitgaande van de laatste beschikking die is gebaseerd op een ontvangen verhuurverklaring.
4. De Minister kent aan een gemeente bij een beschikking het totaal aan bedragen toe dat op grond van het tweede lid kan worden toegekend. Het toegekende bedrag wordt uiterlijk op 31 december 2007 uitbetaald.
5. Indien van een gemeente als bedoeld in het eerste lid op 1 november 2007 geen stuk is ontvangen als bedoeld in het eerste lid, neemt de Minister een besluit inhoudende dat de gemeente geen aanspraken meer kan doen gelden jegens het Rijk op grond van die verbintenis.
2. De Minister kent na ontvangst van een stuk als bedoeld in het eerste lid elk nog openstaand bedrag, bedoeld in het eerste lid, toe.
3. Het krachtens het tweede lid toe te kennen bedrag wordt berekend op grond van de PHW, uitgaande van de laatste beschikking die is gebaseerd op een ontvangen verhuurverklaring.
4. De Minister kent aan een gemeente bij een beschikking het totaal aan bedragen toe dat op grond van het tweede lid kan worden toegekend. Het toegekende bedrag wordt uiterlijk op 31 december 2007 uitbetaald.
5. Indien van een gemeente als bedoeld in het eerste lid op 1 november 2007 geen stuk is ontvangen als bedoeld in het eerste lid, neemt de Minister een besluit inhoudende dat de gemeente geen aanspraken meer kan doen gelden jegens het Rijk op grond van die verbintenis.