BWBR0022713
Geldig vanaf 01-11-2007
Artikel 13
Beleidsregel ervaringsfase ontheffingverlening LZV
1. een keuringscertificaat LZV wordt afgegeven voor:
a. vrachtautocombinaties die in de periode tot en met 31 oktober 2006 zijn toegelaten op basis van het Instellingsbesluit Ambtelijke adviescommissie LZV, de Beleidsregel Ontheffingverlening LZV 2006 en de Beleidsregel overgangsperiode proef ontheffingverlening LZV, of
b. b.een samenstel van buitenlandse voertuigen.
2. Een vrachtautocombinatie als bedoeld onder het eerste lid, onder a, dient met uitzondering van de markering van het achterste voertuig, te voldoen aan de in de Beleidsregel overgangsperiode proef ontheffingverlening LZV bedoelde voorwaarden.
3. Een samenstel van buitenlandse voertuigen als bedoeld in het eerste lid, onder b, dient blijkens een verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit in de lidstaat van de Europese Unie waar de voertuigen zijn geregistreerd, te voldoen aan de eisen die de betreffende lidstaat stelt ten behoeve van het aan het in artikel 4, vierde lid, onder b, van de richtlijn 96/53/EG bedoelde moduleconcept. Deze eisen dienen een beschermingsniveau te bieden dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer ten minste gelijkwaardig is aan het niveau van de nationale onderzoekingen ten behoeve van het gebruik van voertuigen in een LZV.
4. Bij de beoordeling van een gelijkwaardig beschermingsniveau van een buitenlands samenstel van voertuigen dienen bijlage B en bijlage D, onderdeel 1 als referentie.
a. vrachtautocombinaties die in de periode tot en met 31 oktober 2006 zijn toegelaten op basis van het Instellingsbesluit Ambtelijke adviescommissie LZV, de Beleidsregel Ontheffingverlening LZV 2006 en de Beleidsregel overgangsperiode proef ontheffingverlening LZV, of
b. b.een samenstel van buitenlandse voertuigen.
2. Een vrachtautocombinatie als bedoeld onder het eerste lid, onder a, dient met uitzondering van de markering van het achterste voertuig, te voldoen aan de in de Beleidsregel overgangsperiode proef ontheffingverlening LZV bedoelde voorwaarden.
3. Een samenstel van buitenlandse voertuigen als bedoeld in het eerste lid, onder b, dient blijkens een verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit in de lidstaat van de Europese Unie waar de voertuigen zijn geregistreerd, te voldoen aan de eisen die de betreffende lidstaat stelt ten behoeve van het aan het in artikel 4, vierde lid, onder b, van de richtlijn 96/53/EG bedoelde moduleconcept. Deze eisen dienen een beschermingsniveau te bieden dat naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer ten minste gelijkwaardig is aan het niveau van de nationale onderzoekingen ten behoeve van het gebruik van voertuigen in een LZV.
4. Bij de beoordeling van een gelijkwaardig beschermingsniveau van een buitenlands samenstel van voertuigen dienen bijlage B en bijlage D, onderdeel 1 als referentie.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022713
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl