BWBR0022662
Geldig vanaf 2010-08-30
Artikel 3
Sanctieregeling Iran 2007
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid bis, vierde en vijfde lid, artike 5, derde lid, wat betreft transacties, bedoeld in artikel 5, tweede lid onder a, en artikel 6 jo artikel 5, eerste lid onder a, van Verordening (EG) nr. 423/2007 is de minister van Economische Zaken.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, derde lid, wat betreft transacties, bedoeld in artikel 5, tweede lid onder b en c, in artikel 6 jo artikel 5, eerste lid, onder b en c, en in de artikelen 8, 9, en 10, eerste en tweede lid, van Verordening (EG) nr. 423/2007is de Minister van Financiën.
3. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 423/2007zijn, elk voor het gebied waartoe hun competentie zich op grond van het eerste en het tweede lid uitstrekt:
– de Minister van Economische Zaken;
– de Minister van Financiën.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, derde lid, wat betreft transacties, bedoeld in artikel 5, tweede lid onder b en c, in artikel 6 jo artikel 5, eerste lid, onder b en c, en in de artikelen 8, 9, en 10, eerste en tweede lid, van Verordening (EG) nr. 423/2007is de Minister van Financiën.
3. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 423/2007zijn, elk voor het gebied waartoe hun competentie zich op grond van het eerste en het tweede lid uitstrekt:
– de Minister van Economische Zaken;
– de Minister van Financiën.