BWBR0022601
Geldig vanaf 10-10-2007
Artikel 3
Regeling Tarifering onderlinge dienstverlening
3.1. Eigen patiënt
Onder het begrip ‘eigen patiënt’ wordt verstaan de patiënt die zich voor het verlenen van medische hulp heeft gewend tot de instelling voor gezondheidszorg of tot de aan deze instelling verbonden medisch specialist, voor zover deze medisch specialist voor het verlenen van die medische hulp aan deze patiënten op dat moment in deze instelling zijn praktijk uitoefent.
Bij de toepassing van dit begrip in het kader van deze regeling geldt: ‘het eigen patiënt zijn van een instelling voor gezondheidszorg’ wordt eerst beëindigd wanneer er sprake is van een overdracht van de medische hulpverlening aan deze patiënten naar een andere instelling voor gezondheidszorg respectievelijk een andere medisch specialist, die voor wat betreft het verlenen van die medische hulp aan deze patiënten in de andere instelling zijn praktijk uitoefent.
Onder ‘eigen patiënt’ wordt tevens verstaan:
De patiënt ten behoeve van wie het verlenen van een (deel)prestatie of geheel van prestaties geschiedt in opdracht van een huisarts of een andere beoefenaar van een (para)-medisch beroep in de eerstelijn.
Tevens wordt als eigen patiënt beschouwd:
De patiënt die zich heeft gewend tot de instelling voor gezondheidszorg voor prestaties waarvoor op grond van artikel 2 WBMV een vergunning vereist is voor het verlenen van de desbetreffende prestatie, en voor prestaties waarvoor de instelling op grond van artikel 8 WBMV is aangewezen.
3.2. Onderlinge dienstverlening
Onder het begrip ‘eigen patiënt’ wordt verstaan de patiënt die zich voor het verlenen van medische hulp heeft gewend tot de instelling voor gezondheidszorg of tot de aan deze instelling verbonden medisch specialist, voor zover deze medisch specialist voor het verlenen van die medische hulp aan deze patiënten op dat moment in deze instelling zijn praktijk uitoefent.
Bij de toepassing van dit begrip in het kader van deze regeling geldt: ‘het eigen patiënt zijn van een instelling voor gezondheidszorg’ wordt eerst beëindigd wanneer er sprake is van een overdracht van de medische hulpverlening aan deze patiënten naar een andere instelling voor gezondheidszorg respectievelijk een andere medisch specialist, die voor wat betreft het verlenen van die medische hulp aan deze patiënten in de andere instelling zijn praktijk uitoefent.
Onder ‘eigen patiënt’ wordt tevens verstaan:
De patiënt ten behoeve van wie het verlenen van een (deel)prestatie of geheel van prestaties geschiedt in opdracht van een huisarts of een andere beoefenaar van een (para)-medisch beroep in de eerstelijn.
Tevens wordt als eigen patiënt beschouwd:
De patiënt die zich heeft gewend tot de instelling voor gezondheidszorg voor prestaties waarvoor op grond van artikel 2 WBMV een vergunning vereist is voor het verlenen van de desbetreffende prestatie, en voor prestaties waarvoor de instelling op grond van artikel 8 WBMV is aangewezen.
3.2. Onderlinge dienstverlening
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022601
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl