BWBR0022593
Geldig vanaf 19-01-2007
Artikel 5
Verordening op het examengeld
De trainee heeft recht op restitutie:
a. indien hij de praktijkstage heeft aangevangen tussen 1 januari 2003 en 1 januari 2007 voor zover hij in het eerste laar van de praktijkstage schriftelijk te kennen heeft gegeven de praktijkstage te beëindigen van een bedrag van € 175,–, zijnde een gedeelte van de eenmalige bijdrage in de algemene kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b;
b. indien hij de praktijkstage heeft aangevangen na 1 januari 2007 voor zover hij in het eerste laar van de praktijkstage schriftelijk te kennen heeft gegeven de praktijkstage te beëindigen van een bedrag van € 265,–, zijnde een gedeelte van de eenmalige bijdrage m het inschrijfgeld en de bijdrage in de algemene kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel c.
a. indien hij de praktijkstage heeft aangevangen tussen 1 januari 2003 en 1 januari 2007 voor zover hij in het eerste laar van de praktijkstage schriftelijk te kennen heeft gegeven de praktijkstage te beëindigen van een bedrag van € 175,–, zijnde een gedeelte van de eenmalige bijdrage in de algemene kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b;
b. indien hij de praktijkstage heeft aangevangen na 1 januari 2007 voor zover hij in het eerste laar van de praktijkstage schriftelijk te kennen heeft gegeven de praktijkstage te beëindigen van een bedrag van € 265,–, zijnde een gedeelte van de eenmalige bijdrage m het inschrijfgeld en de bijdrage in de algemene kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel c.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022593
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl