BWBR0022543
Geldig vanaf 2010-07-09
Artikel 6
Landbouwkwaliteitsregeling 2007
1. De Stichting Skal kan op aanvraag een vrijstelling verlenen voor het gebruik in Nederland van niet volgens de biologische productiemethode verkregen ingrediënten van agrarische oorsprong, als bedoeld in artikel 25, eerste en derde lid, van verordening (EU) 2018/848.
2. Overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0022535/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007</a>kan de minister een gebeurtenis formeel als rampzalige gebeurtenis overeenkomstig artikel 22 van verordening (EU) 2018/848jo. artikel 1 van verordening (EU) 2020/2146erkennen en dan door middel van een vrijstelling of ontheffing toestemming verlenen om gedurende een beperkte periode, tot de biologische productie kan worden hervat, af te wijken van de biologische productievoorschriften onder de bij of krachtens artikel 22 verordening (EU) 2018/848gestelde voorwaarden.
3. De Stichting Skal kan op aanvraag ontheffing verlenen voor het gebruik van plantaardig niet overeenkomstig de biologische productiemethode verkregen teeltmateriaal overeenkomstig bijlage II, deel I, punten 1.8.5.1 en 1.8.6, van verordening (EU) 2018/848.
2. Overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0022535/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007</a>kan de minister een gebeurtenis formeel als rampzalige gebeurtenis overeenkomstig artikel 22 van verordening (EU) 2018/848jo. artikel 1 van verordening (EU) 2020/2146erkennen en dan door middel van een vrijstelling of ontheffing toestemming verlenen om gedurende een beperkte periode, tot de biologische productie kan worden hervat, af te wijken van de biologische productievoorschriften onder de bij of krachtens artikel 22 verordening (EU) 2018/848gestelde voorwaarden.
3. De Stichting Skal kan op aanvraag ontheffing verlenen voor het gebruik van plantaardig niet overeenkomstig de biologische productiemethode verkregen teeltmateriaal overeenkomstig bijlage II, deel I, punten 1.8.5.1 en 1.8.6, van verordening (EU) 2018/848.