BWBR0022539
Geldig vanaf 2007-09-28
Artikel 3
Regeling garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling
1. Indien een in Nederland gevestigde producent van HR-WKK-elektriciteit de netbeheerder verzoekt om de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de wet, te verrichten, gebruikt hij hiervoor het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
2. Naar aanleiding van het verzoek stelt de netbeheerder vast of de installatie een HR-WKK-installatie is en, indien dit het geval is, welke eenheden binnen de installatie een HR-WKK-eenheid zijn, of de meetinrichting geschikt is om de hoeveelheid op een net ingevoede HR-WKK-elektriciteit te meten en of een goedgekeurd meetprotocol aanwezig is.
3. De netbeheerder doet de vaststelling door een administratief onderzoek in te stellen naar de installatie en de aansluiting daarvan op het net. De netbeheerder kan ten behoeve van de vaststelling in aanvulling op het administratief onderzoek en ter verificatie van de in het formulier opgenomen gegevens de installatie van de producent onderzoeken. De producent stelt de netbeheerder in staat het onderzoek te verrichten.
4. De netbeheerder deelt het resultaat van de vaststelling binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, mee aan de producent en aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
5. Tenzij de tariefstructuren, bedoeld in artikel 27 van de wet, iets anders bepalen, brengt de netbeheerder de kosten van de vaststelling in rekening bij de producent.
6. Indien de producent een aanpassing aan zijn HR-WKK-installatie doorvoert die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het vaststellingsverzoek, ten gevolge heeft, is een eerder verrichte vaststelling niet langer geldig.
7. De producent bericht de netbeheerder vooraf over zijn voornemen een aanpassing als bedoeld in het zesde lid door te voeren en hij dient voor het verkrijgen van garanties van oorsprong een nieuw verzoek tot vaststelling in. Het eerste tot en met het zesde lid zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.
2. Naar aanleiding van het verzoek stelt de netbeheerder vast of de installatie een HR-WKK-installatie is en, indien dit het geval is, welke eenheden binnen de installatie een HR-WKK-eenheid zijn, of de meetinrichting geschikt is om de hoeveelheid op een net ingevoede HR-WKK-elektriciteit te meten en of een goedgekeurd meetprotocol aanwezig is.
3. De netbeheerder doet de vaststelling door een administratief onderzoek in te stellen naar de installatie en de aansluiting daarvan op het net. De netbeheerder kan ten behoeve van de vaststelling in aanvulling op het administratief onderzoek en ter verificatie van de in het formulier opgenomen gegevens de installatie van de producent onderzoeken. De producent stelt de netbeheerder in staat het onderzoek te verrichten.
4. De netbeheerder deelt het resultaat van de vaststelling binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, mee aan de producent en aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
5. Tenzij de tariefstructuren, bedoeld in artikel 27 van de wet, iets anders bepalen, brengt de netbeheerder de kosten van de vaststelling in rekening bij de producent.
6. Indien de producent een aanpassing aan zijn HR-WKK-installatie doorvoert die een wijziging van een van de gegevens, vermeld in het vaststellingsverzoek, ten gevolge heeft, is een eerder verrichte vaststelling niet langer geldig.
7. De producent bericht de netbeheerder vooraf over zijn voornemen een aanpassing als bedoeld in het zesde lid door te voeren en hij dient voor het verkrijgen van garanties van oorsprong een nieuw verzoek tot vaststelling in. Het eerste tot en met het zesde lid zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.